http://www.encycleopedie.nl/blog en-us Mijn vriend http://www.encycleopedie.nl/blog?d=65 Mijn buik schudt op en neer en de tranen springen in mijn ogen van het schaterlachen om een scène uit de Franse film Intouchables. Philippe en Driss bewonderen een schilderij dat volgens Driss sprekend op de spatten uit een bloedneus lijkt. Ik lig samen met mijn vriend in bed. We kijken de film op mijn laptop. Althans, ik kijk de film op mijn laptop. Mijn kersverse vriend is al weggedoezeld maar schrikt op door mijn gelach en geschuddebuik. Met een slaperig gezichtje en dichtgeknepen oogjes zegt hij: ‘Je bent een lief aapje en ik vind het fijn om zo lekker bij je te liggen.’ Hij legt zijn hoofd terug op mijn schouder en valt spoedig weer in slaap op mijn borst. Ik aai hem over zijn hoofd en snuffel aan zijn fris gewassen haar. Zijn prachtige, donkere haren zijn zo heerlijk zacht. Hij is zo lief, hij is zo mooi.

Het klinkt nog een beetje gek als ik het zo zeg: ‘mijn vriend’. Mijn Vriend. We hebben nu ruim anderhalve maand verkering. Ik en mijn vriend. Wij. Hij en ik. Mijn vriend is 33 jaar en heeft samen met zijn compagnon een restaurant. Hij is er chef-kok. Mijn vriend zegt dat hij niet werkt omdat hij zijn werk als zijn hobby beschouwt. Hij vertrekt iedere ochtend goedgemutst en met een stralende lach naar zijn hobby/werk.

Wie had gedacht dat ik ooit nog verliefd zou worden? Wie had gedacht dat ik ooit nog een vriend zou krijgen? Het klinkt vast bejaard als ik op mijn prille leeftijd zeg dat ik er al van overtuigd geraakt was dat er op de hele aardkloot geen geschikte man voor mij rondliep. Ik weet: het is theatraal, maar toch dacht ik het. En nu is hij er. Hij kwam gewoon uit het niets en ik kan het zelf nog haast niet geloven. Het lijkt alsof ik droom. Echt. Ik kan niets anders meer dan 24 uur per dag verliefd zijn en iedereen mag het weten. Op momenten dat hij niet bij mij is, verdwalen mijn gedachten en komen dan toch vanzelf bij hem uit. Ze hebben niet eens broodkruimels nodig. Het klinkt zo cliché als het eind van een sprookje, maar ineens begrijp ik waarom het nooit iets is geworden met iemand anders. Niemand kan aan hem tippen, namelijk. Mijn vriend is lief, geduldig, gezellig en hij heeft een verbijsterend goed inlevingsvermogen. Hij is alles wat deze vrouw zoekt in een man. Wat elke vrouw misschien wel zoekt in een man. Dat zeg ik niet omdat ik toevallig verliefd op hem ben. Nee, mijn vriend is fantastisch en zijn aanwezigheid is een geschenk waarover ik kort geleden niet had durven dromen.

De laatste scène van de film is aangebroken. De waterlanders verzamelen zich weer royaal achter mijn oogkleppen. Ik geef mijn slapende vriend kusjes en snuif weer even verlekkerd de geur van zijn haar op. En ja hoor, de sluisdeuren gaan zomaar onaangekondigd open: de tranen stromen over mijn wangen. Ik lig te snotteren van geluk. Kijk mij. Mijn vriend is een man die in staat is om mij de zorgen van het dagelijks leven te laten vergeten. Als ik in zijn ogen kijk, dan leef ik in het hier en nu, dan ben ik in staat om te genieten van het moment. Net als in de film. Ik denk niet aan morgen. In het bijzijn van mijn vriend ruikt alles beter, smaakt alles beter en voelt alles beter. Ik ben hem dankbaar. Mijn vriend wordt wakker en pakt mij stevig vast. Terwijl hij me kusjes in mijn hals geeft bedenk ik me dat het niet beter kan gaan worden dan nu, ik omarm de hemelse stortvloed. Dit gevoel, deze vreugde, is het beste en het mooiste wat een mens kan voelen. Dit is het, ik weet het zeker. Ze noemen het ultiem geluk. Ik ga een ode voor hem schrijven. Zeker weten. Voor hem. Voor mijn vriend. De liefste.

]]>
Wed, 07 Sep 2016 13:19:25 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=65
Babydoll http://www.encycleopedie.nl/blog?d=64 Ik doe mijn ogen open. Mijn hoofd voelt alsof er zesenzestig vrachtwagens overheen gereden zijn. Auw. Ik heb een droge bek en dat terwijl er op mijn kussensloop toch een behoorlijk grote, symmetrische kwijlvlek zit. Aan de graftakkenlucht die uit mijn muil komt te ruiken heb ik vannacht gerookt. Stomme muts. Je hebt gerookt. Eeuwige faalhaas dat je bent. Droeftoeter! F my life!

Het T-shirt dat ik gisteren aan had, heb ik nog steeds aan. Het is eigenlijk geen T-shirt, het is een soort van zwart rompertje of hoe noem je zoiets als een volwassen vrouw het draagt? Een babydoll? Een body? Nee. Het is in ieder geval een soort rompertje van katoen dat ervoor zorgt dat het onmogelijk is dat je love handles een kijkje boven je broek uit komen nemen. Weet ik veel hoe zo’n ding heet, het is al erg genoeg dat ik er eentje nodig heb.

Ik weet in ieder geval dat ik door dat rompertje mijn kop gisteren mega hard tegen de pleerolhouder van het damestoilet in P79 heb gebeukt. Wat deed ik eigenlijk in het Plein? Whatever, dat weet ik niet meer. Het was Justin Timberlake avond, begreep ik van iemand. Ik ben fan van Justin Timberlake, het liefst zou ik Justin Timberlake willen zijn of willen hebben. Dat nieuwe nummer ook weer: zo lekker. Ik raak altijd opgewonden van hem. Toen ik bij zijn concert was heb ik non stop gefantaseerd over Justin in mijn bed. Wie doet dat niet?

Maar goed. Ik heb dus een bult op mijn kop omdat ik op die plee (waar de condens druppels tijdens het zeiken vanaf het plafond op je gezicht vallen) dat balletpak van onderen niet meer aan elkaar kreeg. Ik wrong mezelf in allerlei kronkels om die verrekte haakjes aan elkaar te krijgen maar dat lukte niet. Daarom was het tijd voor mijn perfect uitgestippelde plan B: als ik mijn hoofd nou op z’n kop, tussen mijn benen, boven de pleepot hang -dat gaat waarschijnlijk nèt zonder mijn haar te verwennen met een rioolwaterdip- dan heb ik perfect zicht op die haakjes die ten hoogte van mijn punani in elkaar gehaakt moeten worden. Met de pleerolhouder had ik tijdens mijn berekening van de zwaai die mijn hoofd moest gaan maken even geen rekening gehouden. KLABAM! Overal sterretjes. Toen de sterretjes weggetrokken waren besloot ik schijt te hebben aan die babydoll. Dan maar niet dicht. Rotding. Maar zorg dat die flappen in je broek blijven zitten, zei ik tegen mezelf. Je wilt niet dat er later op de avond iemand naar je toe komt met de mededeling dat de achterkant van je rompertje uit je broek hangt.

De bovenbuurvrouw staat weer eens recht boven mijn hoofd danspasjes te oefenen, dat is waarschijnlijk de reden dat ik wakker ben geschrokken. Wonderlijk genoeg denk ik nu niet als eerste: kut, ik ben brak, ik haat mijn leven. Nee, ik denk als eerste: kut, ik haat dit huis, waarom woon ik hier nog? Ik haat dit stinkende krot. Ik haat dit studentenhuis en alle mensen die er in wonen. Ik haat mijn leven. Nu ik overeind in mijn bed ga zitten om op de klok te kijken hoe laat het is denk ik wel: kut, ik ben brak. Ik haat mijn leven. Mijn leven is een grote puinhoop. En ik heb gisteren gerookt. Damn! En dan moet ik ook nog eens een achterlijke jubileumblog gaan schrijven omdat iedereen me al weken loopt op te jutten. Ik heb gezegd dat ik er al aan begonnen ben, maar dat was een leugen. Fuck die blog. Die ene leuke jongen die gisteren tegen me zei dat ik niet geforceerd een blog moest gaan schrijven omdat anderen dat van me verwachten had helemaal gelijk. Ik moet gewoon lekker doen wat ik zelf wil, anders gaat dat ten koste van mijn fenomenale schrijftalent. Die leuke jongen sprak ik gisteren trouwens bij Wijnbar Bij Dirk. Dirk is mijn buurman. Ik ben dol op Dirk en ik ben nog doller op de wijn die hij schenkt. Ik had met vriendinnen afgesproken om daar maximaal twee wijntjes te doen. Ik had natuurlijk van te voren kunnen weten dat dat geen twee wijntjes werden. Ik ken mezelf, o ik ken mezelf maar al te goed. Ik had kunnen weten dat ik om drie uur ‘s nachts met mijn balletpak op half zeven in een kroeg zou staan dansen op Justin Timberlake. ‘I got that sunshine in my pocket. Got that good song in my feet…’

Ik hoor op de gang allemaal mensen lopen en praten. Godverdomme, wat doen die mensen nou weer in mijn huis? Pleur op. Ik luister goed om te kunnen horen of ik een stem herken. Ik moet heel diep nadenken maar uiteindelijk herken ik één van de stemmen wel degelijk. Kut hey, da’s die verdomde makelaar weer. Da’s die makelaar die altijd onaangekondigd op de meest ongelegen momenten met zijn eigen sleutelbos op de stoep staat. De indringers staan nu recht voor mijn deur en ik hoor de makelaar letterlijk zeggen: ‘Als je iets wil weten dan moet je gewoon even bij dat meisje dat hier woont langsgaan want zij is altijd thuis.’

What the f? Hoor ik dat nou goed? IK ben ALTIJD thuis? Ik ben hier nooit man! Wat lult hij nou? Ik haat dit huis en als ik de kans krijg om het te ontvluchten, grijp ik die kans met beide handen aan. Wat wil hij nou eigenlijk zeggen? Wil hij zeggen dat ik geen leven heb en altijd maar lig weg te rotten in deze hut? Dat ik mezelf niet honderd slagen in de rondte werk en ook nog eens een studie volg daarnaast!? Wat een asshole. Ja, af en toe ben ik thuis, dat klopt. Logisch! Ik moet érgens met mijn laptop zitten om mijn opdrachten uit te werken. Niet dan? Dat ik alle tien de keren dat die pipo zonder aankondiging met bezichtigers binnenviel, wezenloos in mijn pyjama op de bank zat, is toeval. Dat is serieus toeval! Ik zit verdomme nooit om half twee ’s middags in mijn pyjama koekjes te eten op de bank. Wil die makelaar ruzie met mij of wat? Hij moet zijn irritante makelaarsklep houden! Over wie denkt hij wel niet dat hij het heeft? Uit woede en ontzetting begint mijn lip te trillen en lopen de tranen over mijn wangen. En dan heeft Iemand die mij erg dierbaar is, ook nog eens kanker in zijn lijf. Hij gaat dood!!! Godverdomme! WAAROM? KLOTE KANKER!!! Mag ik dan nooit eens een keer rustig in mijn eigen huis, waar ik huur voor betaal en waar ik privacy hoor te hebben in mijn eigen bed liggen? Ik veeg mijn uitgelopen mascara af aan mijn kussensloop en storm mijn bed uit. Ik geef een paar rake trappen tegen de bank, schop de wasmand omver en schreeuw zo hard als ik kan: TYFUSZOOI!!!

Zoals verwacht wordt er aangeklopt door de makelaar. Eigenlijk wil ik niet opendoen en heel hard roepen: oprotten!!! Maar die pipo heeft een sleutel van mijn kamer dus ik moet wel open doen. Ik trek snel een trainingsbroek aan over mijn balletpak en doe de deur open. ‘Gefeliciteerd! Het huis is verkocht! Dit is je nieuwe huisbaas en deze meneer hier komt de boel even taxeren’, zegt de vrolijke makelaar met een clownsgezicht. Zonder dat ik zeg: kom maar binnen, staat de taxateur al tussen de vieze strings die zojuist uit de wasmand gevlogen zijn. Weet je wat? Zeg ik. IK HAAT DIE HUISBAAS! Iedereen komt hier maar binnengewandeld. Ik betaal hier gewoon huur hoor. Dit is mijn huis! Waarom wordt er nooit gebeld om bezoek aan te kondigen? Waarom heeft de huisbaas zelf niet even verteld dat dit huis verkocht is? Hij heeft niet eens verteld dat het te koop stond! Ik ben het zo zat hier! Ik wil hier niet meer wonen. En waarom heeft hij een slot op de verwarming gezet? Het is nu zo klam als een schimmelinfectie hier in huis. ‘Fijn toch, daar ben je nu lekker vanaf meid.’ Pffffff. Vervolgens begin ik mezelf weer eens in mijn eigen huis te verantwoorden over het feit dat ik rond dit tijdstip in een babydoll en trainingsbroek met uitgelopen mascara rondloop. Je hoeft je niet te verantwoorden Cleo, zeg ik tegen mezelf maar ik kan het niet laten. Ik schaam me. Ik schaam me kapot. Wat moeten die mensen wel niet van me denken? Dit is nou de elfde keer dat ik in pyjama opendoe. Zij moeten haast wel denken dat ik een kansloze droeftoeter ben die niets uitvoert.

Door het kabaal wat ik aan het maken ben komen mijn twee huisgenoten die op mijn gang wonen, ook in pyjama gekleed -thank god daarvoor- met een slaperige bakkes hun kamer uit gestrompeld. Ik zeg ze gedag. ‘Ha ha’, zegt de makelaar. ‘Van haar ben ik wel gewend dat ze hier altijd in haar pyjama zit, maar jullie…’ In gedachten vlieg ik hem naar zijn strot maar ik hou me in. Hij is per slot van rekening ook maar een duffe makelaar die zijn werk doet. Hij kan er ook allemaal niets aan doen. Nou, als jullie het niet erg vinden, zeg ik, dan ga ik weer verder slapen want dat is toch het enige waar ik goed in ben. Ik draai me om en wil de deur achter me dicht trekken maar de makelaar wil nog iets zeggen: ‘Er hangt iets uit je broek.’ Ik grijns naar hem en ram de deur met grof geweld achter mijn staartvinnen dicht.

]]>
Fri, 03 Jun 2016 19:36:56 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=64
Roken is dodelijk (073Magazine) http://www.encycleopedie.nl/blog?d=63 Zo, nu eerst tijd voor een sigaretje, zeg ik tegen mezelf terwijl ik op de tast op zoek ga naar mijn pakje peuken. Help. Ik heb helemaal geen sigaretten. Ik kan niet roken, ik mag niet roken, ik ben al bijna een week gestopt met roken. Wanneer dringt dat nou eens tot me door? Roken is dodelijk. Ik wil helemaal niet roken, weet je nog? Sinds ik gestopt ben, is mijn leven veranderd in een grote worstelpartij met mezelf. Het is verschrikkelijk. Het lijkt alsof mijn leven de afgelopen jaren alleen maar om roken heeft gedraaid. Zo weinig stel ik op dit moment nog voor zonder die kk-staafjes. Ik heb geen inspiratie, geen concentratie, ik kan nergens van genieten, het lukt niet om te poepen, ik ben bloedchagrijnig en ik heb niet eens zin in wijn. Ik schaam me dood, serieus. Ik moet me ook schamen en ik moet me schuldig voelen. Het is zo waardeloos wat een verslaving met je doet. Het is absurd dat ik zo lang en nutteloos mezelf de vernieling in heb geholpen. Waarom ben ik niet eerder gestopt met roken? Stelde ik zo weinig eisen aan mezelf? Wilde ik mezelf de maanden ellende waar je doorheen moet als je stopt besparen uit pure gemakzucht? Had ik zo’n laag gevoel voor eigenwaarde?

Hoe serieus neem je jezelf als je het lef hebt om gewoon stug door te blijven paffen terwijl je weet dat je door te roken allerlei griezelige ziektes en hartkwalen op kunt lopen? Hoeveel zelfrespect heb je als je willens en wetens riskeert dat je de pijp uit kan gaan door een afschuwelijke longkwaal? Hoeveel verdriet wil je de mensen waarvan je houdt hiermee aandoen? Roken is dodelijk. Roken is nutteloos. Roken zit tussen je oren. Roken stinkt. Mijn eerste grote liefde, een anesthesist in opleiding, vertelde me regelmatig anekdotes over mensen die hij aan longkanker had zien sterven. ‘Dat wil je niet Cleo, geloof me nou. Dat wil je jezelf en de mensen die om je geven niet aandoen. Achteraf heb je spijt. Stop alsjeblieft met roken.’ De laatste keer dat hij zo’n betoog hield gooide hij mijn volle pakje sigaretten van de bovenste verdieping van het appartementencomplex waar hij woonde naar beneden. En hup, mijn aansteker erachteraan. Welgeteld twee dagen was ik gestopt. Al op dag twee kocht ik, lafbek, een nieuw pakje. En ik bleef maar doorpaffen als één of andere hersenloze troela. Wil je weer falen, ja? Weer nachten wakker liggen met schuldgevoelens en pijn in je longen. Wil je dat?

Minstens één keer per vijf minuten moet ik met mezelf, in mijn hoofd, hetzelfde riedeltje doorlopen om vervolgens met heel veel moeite te besluiten geen pakje sigaretten te kopen en geen sigaret op te steken. Ze zijn doodvermoeiend, die riedeltjes, ze slurpen alle energie uit je op. Maar het moet, ik moet hier doorheen en ik moet het vertrouwen hebben dat dit gevoel, dat extreme verlangen, wegebt. Op dag drie zat ik huilend in de vensterbank van mijn open raam, zo erg miste ik mijn sigaretje bij mijn bakkie pleur. Ik werd gek. Ongelofelijk dat een stupide verslaving je tot zo'n enorme wanhoop kan drijven. Inmiddels zijn we vijf minuten verder en gaat mijn hand onwillekeurig weer op zoek naar mijn pakje sigaretten. Help. Ik heb helemaal geen sigaretten. Ik kan niet roken, ik mag niet roken, ik ben al bijna een week gestopt met roken. Wanneer dringt dat nou eens tot me door? Roken is dodelijk. Ik wil helemaal niet roken, weet je nog?

]]>
Fri, 03 Jun 2016 19:25:19 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=63
En dan verklaar ik hierbij… (073Magazine) http://www.encycleopedie.nl/blog?d=62 Nu de eerste zonnestralen onze Bossche terrassen weer aangenaam verwarmen, voel ik mij genoodzaakt om namens mijn horeca-collega’s en mezelf een oproep te doen. Ik wil jullie adviseren om deze column heel erg zorgvuldig door te lezen, vóórdat jullie met jullie welgevormde, elegante achterwerken op onze opgepoetste terrasstoelen neerploffen.

Ik voel me geroepen om jullie geheugen op te frissen en drie gouden regels in herinnering te brengen. Stiekem kennen jullie ze wel -de gouden fatsoensregels- maar het kan nooit kwaad om ze zo af en toe even op te poetsen. Ik vrees namelijk dat niet iedereen deze zomer ongeschonden door zal komen als ik mijn kaken op elkaar houd. Afgelopen zomer heb ik dankzij mijn welhaast bovenmenselijke talent voor zelfbeheersing ongelukken weten te voorkomen en mezelf er van weten te weerhouden om een aantal van jullie hartelijk te molesteren. Dat gaat dit jaar niet lukken als jullie (de verwende, o zo welkome terrasdieren) niet naar me luisteren. Als jullie mijn hartenkreet negeren, kan ik jullie veiligheid niet garanderen. Het zou zomaar kunnen gebeuren dat ik onaangekondigd een ijspriem in één van jullie delicate oorschelpjes kom steken, om jullie temperatuur even op te meten. Of dat één van mijn collega's een verrassing komt brengen in de vorm van een rauwe vis die een paar ferme klapjes op de wangen uit komt delen. Dat zo’n actie misschien tot mijn ontslag zou kunnen leiden, omdat mijn baas (correct knipmes eerste klas) van de oude stempel is (de gast is koning!), kan me dan echt niet schelen.

Ik sta er al acht jaar om bekend dat ik een engelengeduld met gasten heb, maar zelfs mijn geduld begint een beetje op te raken. Is dat gek als je parels van gasten over de vloer krijgt? Parels die je aankijken alsof je een zwijn bent. Alsof je hoofd gevuld is met slachtafval en de vorm van een worst heeft. Die parels denken dat je te dom bent om iemands temperatuur op te kunnen meten. Ze hebben het lef om dingen te zeggen in de trant van: ‘Ja meisje, dan had je maar door moeten leren, net als ik, dan had je nu ook lekker op het terras kunnen zitten.’ Of: ‘Doe mij een cola en een pils. Maar uh... Moet je dat niet opschrijven, meisje? Als je bij de bar bent, dan ben je het waarschijnlijk alweer vergeten.’ Regel 1: Doe niet alsof er in de horeca alleen maar mensen werken met het IQ van een regenworm!

Deze parels zijn niets vergeleken bij de ‘shining stars’, zoals ik ze altijd noem. De shining stars krijgen het voor elkaar om jou gretig bij je arm vast te grijpen, net op het moment dat je met een dienblad met vijftien glazen drank boven je hoofd loopt. Of zij ook iets mogen bestellen. Natuurlijk meneer! Wat had u gewild? Tweemaal jus, drie rode wijn en tien bier? Kan binnen enkele ogenblikken geregeld worden. OVER UW HOOFD. Regel 2: Niet aan ons zitten! Ook van liefdevolle, corrigerende tikjes op onze billen zijn we NIET gediend.

Last but not least. Zie ik eruit als een leergierige hond? Zie ik eruit als een tovenaar? Zie ik eruit als Grietje van Hans en Grietje? Dacht het niet! Maar waarom, lieve terrasdieren van me, waarom maak ik het dan dagelijks mee dat mensen op hun vingers fluiten om mijn aandacht te trekken? Waarom klappen jullie driftig in jullie handen? Waarom knippen jullie in jullie vingers? Ik ben geen kwispelende hond, ik ben geen tovenaar. Waarom maken jullie lokbewegingen met jullie wijsvingers, net als de de boze heks die Hans en Grietje het snoephuis in wil krijgen? Wij, het horecapersoneel, zijn mensen, wij werken hard en we verdienen het om menswaardig behandeld te worden. Regel drie: Behandel ons met respect! De eerstvolgende keer dat ik zo’n heksenvinger in het vizier krijg, kom ik die persoonlijk verwennen met een manicure van de kreeftentang.

Ik dank jullie voor de aandacht. En dan verklaar ik hierbij het terrasseizoen voor geopend!

]]>
Fri, 03 Jun 2016 19:22:06 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=62
Back Stabbers (073Magazine) http://www.encycleopedie.nl/blog?d=61 ‘Hey maar, effe eerlijk nu, die ene vriend van jou hè, die hier wel eens komt, die met die bril, die ouwe, daar heb jij wel eens seks mee, toch?’ De vragensteller kijkt me uitdagend aan. Waar slaat dit nou weer op, zeg ik. Die kerel waar jij het over hebt is getrouwd en bijna zestig! ‘Ik ben vast niet de eerste die dit vraagt', vervolgt de fantast. 'Het wordt hier in de straat toevallig door iedereen gezegd hoor.’ De man waar ik mee aan het praten ben is een collega uit de straat (de Korenbrugstraat in 's-Hertogenbosch).Hij wijst naar een veertiger die ik ook ken, die aan de terrastafel naast ons zit. ‘Hij daar, hij zei het gisteravond nog waar iedereen bij zat. Dat jij seks hebt met die bril. Hij wist het zeker want je hebt het zelf aan hem verteld.’

Tjonge, denk ik… Is de ene stinkroddel de wereld uit, komt de volgende alweer zijn lelijke hoofd boven de prut uitsteken. Na carnaval werd er beweerd dat ik op een avond zo dronken was, dat ik niet meer wist wat ik deed. Ik zou een collega uit de straat ongegeneerd op z’n bek hebben gepakt. Op zich niet zo bijzonder, want er wordt tijdens carnaval per slot van rekening heel wat afgesnaveld. In mijn geval zou ik na het speeksel uitwisselen zó misselijk zijn geworden dat ik al projectielbrakend de hele Korenbrugstraat van een laag organisch plaveisel zou hebben voorzien. Echt gebeurd. Zogenaamd. Alsof ik ooit in het openbaar zou durven kotsen. Ik, met mijn vreselijke emetofobie. Ik heb een kotsfobie gekregen nadat ik een keer tijdens een lunch met mijn ex een sjieke, overvolle brasserie in Nijmegen onder gebrokkeld heb. Gruwelijk was het, traumatisch. Geloof me: ik was helemaal niet dronken op die carnavalsavond, niet eens een beetje. De collega die ik afgelebberd zou hebben heb ik niet eens gezien. Mensen die dit soort dingen verzinnen en rondbazuinen, alleen maar om iets te lullen te hebben, die moeten een leven gaan zoeken.

Die bovenstaande klets is nog niks vergeleken met de achterklap die al eerder de revue gepasseerd is. Als we de roddelmachine van 's-Hertogenbosch mogen geloven, heb ik al minstens twee jaar een affaire met de commissaris van de Koning, omdat ik ooit in de buurt van de beste man heb gestaan toen hij een pilsje op de Parade dronk. Ik heb ook een minnaar wiens dure Porsche ik in de prak heb gereden (ik heb niet eens een rijbewijs). Ik heb Matthijs van Nieuwkerk oraal bevredigd omdat ik wanhopig graag hogerop wilde komen in de wereld van de journalistiek. En mijn moeder is een dief. Een klasgenoot op de middelbare school concludeerde dat omdat ik twee zilveren ringen droeg: die moesten wel gestolen zijn door mijn moeder, omdat ik uit een pauperwijk kwam. Logisch, toch? Op de basisschool dachten ze dat ik een spermabank-baby was, omdat ze mijn vader nog nooit op het schoolplein hadden gezien.

Ik zou me zorgen kunnen gaan maken om de roddels en iedere nacht huilend in slaap kunnen vallen, maar wat heeft dat voor zin? Het is heilzamer om de roddels van je af te schateren. Die roddels zeggen niet zoveel over mij, ze zeggen meer over de roddelaars. Roddelaars vinden dat hoge bomen extra veel wind moeten vangen of zo.

De ‘vriend’ met wie ik converseer vraagt voor alle zekerheid nóg een keer of ik met die ouwe brillenmans heb gewipt. Ik besluit om te zeggen dat ik dat gedaan heb, natuurlijk, het klopt helemaal. Tot je dienst. Mensen die me echt kennen hoeven mij niet te vragen of het waar is. Laat staan dat ze het twee keer moeten vragen.

De man naast me die de roddel zo knap heeft verzonnen, komt naar me toe: ‘Goed stukje heb je geschreven afgelopen maand in het 073Magazine.’ Nou, dankjewel, zeg ik vriendelijk en ik begin spontaan het refrein van een oud liedje te neuriën: ‘What they do? They smile in your face. And all the time they wanna take your place. The back stabbers.’

]]>
Fri, 03 Jun 2016 19:19:04 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=61
Schilderspalet http://www.encycleopedie.nl/blog?d=60 Shit, het is kwart voor zes. Ik moet om zes uur werken. Ik moet minimaal vijf minuten voordat ik begin, omgekleed op de werkvloer staan. Fukkie, dat ga ik dus niet redden. Waar is die schone werkblouse eigenlijk? En de droogshampoo? Mijn haar kan echt niet zo. De fles deodorant ligt in ieder geval onder mijn make-uptafel. Ik zeg nu wel make-uptafel, maar dat is een groot woord voor dat gammele ding. Mijn make-uptafel is namelijk ook mijn eettafel én mijn bureau én mijn juwelentafel. De schone blouse kan ik zo snel niet vinden. Ik trek mijn T-shirt uit, gooi het op de bank en besluit een gedragen blouse uit de wasmand te vissen. Midden op mijn tiet zit een grote bouillabaisse-vlek, ik heb dat vissenvocht er van de week in mijn haast overheen gesplasht. Mijn baas en de restaurantgasten zullen mij de vlek moeten vergeven. Om vijf voor zes kom ik binnengestormd op mijn werk. Het is belachelijk druk.

In de loop van de avond is mijn blouse veranderd in een kleurrijk schilderspalet. Op mijn tweede tiet is een plens rode wijn beland. Niet door mijn schuld, overigens. Ter hoogte van mijn navel zit een streep satésaus. Die saus zat eerst aan de rand van een werktafel in de keuken. We zijn klaar. De kassa is geteld en we hebben een lekker glas wijn ingeschonken voor onszelf. ‘Zullen we op stap gaan?’, vraagt een collega. ‘Het was zo druk en we hebben keihard gewerkt, we hebben een borrel verdiend.’ Hoewel ik het daar ernstig mee eens ben, lijkt het me geen verstandig idee. Ik heb geen andere kleren bij me, ik zou dan met dit schilderspalet aan in de kroeg moeten gaan staan. Stel dat ik een interessant persoon tegenkom? Dat kan niet. En dan hebben we het nog niet eens over mijn make-up gehad die ijverig van mijn hoofd gezweet is, behalve onder mijn ogen. Nee en mijn haar dan. Het was voor mijn werk al baggervet, maar nu lijkt het alsof ik op mijn kop in de frituurpan heb gestaan. Indirect is dat ook wel een beetje zo. Ik heb de hele avond friet uit de keuken lopen snaaien en daarna natuurlijk zorgeloos mijn handen door mijn haar gehaald.

We zijn twee wijntjes verder en ik loop nu de kroeg binnen. De harde muziek die ze draaien geeft me een bevrijdend gevoel. Ik gooi mijn heupen los and I like it. Dat ik in eerste instantie geen voorstander van een stapavond was, ben ik alweer vergeten. Het moge duidelijk zijn dat ik geen ruggengraat heb. Er is helemaal niet veel voor nodig om mij over te halen, dat weten mijn collega’s maar al te goed. Ze hebben me er van weten te overtuigen dat de vlekken op mijn blouse totaal niet opvallen, zeker niet in het donker. En mijn haar? Dat heeft nog nooit zo goed gezeten, ik moet voortaan frituurvet als stylingproduct gaan gebruiken. ‘En je hoofd moet je gewoon even onder de koude kraan houden zodat de resten mascara onder je ogen wegspoelen. Klaar is kees!’ Ach, na een wijntje til ik er niet zo zwaar meer aan: mijn collega’s hebben altijd gelijk.

Terwijl er een borrel ingeschonken wordt dreunen de Vengaboys uit de speakers: ‘If you're alone and you need a friend… Someone to make you forget your problems… Just come along baby… Take my hand… I'll be your lover tonight.’ Op het moment dat ik het glas achterover sla zie ik een oude scharrel aan het eind van de bar staan. Een oude scharrel waar ik al jaren een enorm zwak voor heb. Het Zwak is zo groot dat ik niet meer zie dat hij niet eens zo knap is (wel gespierd). Het Zwak is zo erg dat ik het niet kan helpen dat ik altijd om zijn puberale grapjes moet lachen. Al zegt ‘ie dat mijn billen monsterlijk groot zijn geworden dan moet ik daar nog om lachen, zo week word ik in zijn bijzijn. Bah. Ik kijk hem recht aan. Foei. En die vlekken dan en mijn haar?! Shit. Shit. Shit. Hij heeft door dat ik hem gezien heb en ik weet wat hij denkt: het spelletje kan beginnen. En ja hoor, terwijl hij me heel stoer aankijkt, gaat hij mallotig maar toch sexy playbacken op het nummer: ‘ Boom boom boom boom! I want you in my room. Let's spend the night together.’ Hij sluit af met een dikke vette knipoog. Niet lachen Cleo, zeg ik nog tegen mezelf maar het hele café ziet al dat ik van oor tot oor sta te grijnzen als een achterlijk schaap. Dat is natuurlijk precies wat hij wil. De spierbundel komt naar me toe en geeft een me een zoen in mijn hals. ‘Wil je iets drinken schoonheid?’, vraagt hij slijmerig. Mijn hersens weten dat dit een bijzonder slecht plan is maar het Zwak kreunt: jaaaaa. Ik win het nooit van het Zwak. Het Zwak regeert. Een uur later fluistert de playbacker in mijn oor: ‘Heb jij ook zin? Heb jij ook zin om lekker te knuffelen?’ Zo fout. Ik kan nu nee zeggen maar dan maak ik de dingen alleen maar erger. Ik ken mezelf. Als ik nee zeg, krijg ik met mijn dronken hoofd achteraf spijt en dan ga ik hem, als ik al in bed lig, bellen en smeken of hij me niet toch nog een knuffel wil komen brengen. Zo lam om dit van mezelf te weten. Nog geen uur later vertrek ik uit het café. Niet alleen, nee, natuurlijk niet alleen.

Nou, ga jij maar vast in bed liggen, zeg ik. Dan ga ik even douchen. Terwijl ik in mijn badjas naar de badkamer strompel voel ik ineens van alles rommelen in mijn buik. Niet vreemd, die halve snackbar die ik tijdens het werk naar binnen gepropt heb kan niet wachten om mijn lijf weer uit te mogen rennen. Als ik de douche vast aanzet merkt hij vast niet waar ik mee bezig ben. Eenmaal onder de douche ga ik tussen mijn collectie lege shampooflessen op zoek naar mijn scheermes. Dat scheermes is niet zo actueel meer, het is zo bot als een aangespoeld stuk wrakhout. Maar de begroeiing laten staan is uiteraard geen optie. Ik probeer met beleid te werk te gaan maar de tequila zorgt er voor dat het in de buurt van mijn rechter enkel flink mis gaat. Hak. De hele douchebak kleurt rood. Ai, het moet stoppen met bloeden want hij mag niet weten dat ik speciaal voor hem mijn benen scheer. Hij moet denken dat mijn benen net als in de reclames voor echte vrouwen, ieder moment van de dag satijnzacht zijn.

Mijn haren zijn gewassen, alles is geschoren maar uit nood moet ik wat langer onder de douche blijven staan, tot ik een beetje uitgebloed ben. Ik ontspan me en geniet van het schone, warme water. De ontspanning en warmte zorgen ineens voor een helder moment. Holy moly! Die gast ligt in mijn bed, maar ik had het nog moeten verschonen. Mijn bed ligt vol met koekkruimels. O nee, er ligt ook nog een halflege zak kroepoek in. En alsof dat nog niet genoeg is staan er langs de rand van mijn krakende hoogslaper nog wat andere gênante dingen. Een leeggevreten beker chocolademousse en een pot Speculoos met een eetlepel erin. Het was ook zo’n stom plan om hem onvoorbereid mee naar huis te nemen!

Teruggekomen in mijn kamer gooi ik mijn badjas uit en trek ik een stukje frivool kant aan. Voor ik het bed in duik, spuit ik als finishing touch nog een halve fles bodylotion op mezelf leeg. Even verkeer ik in de waan dat het zachte gepruttel dat ik hoor uit de fles lotion komt, maar dan realiseer ik me dat het geluid van boven komt. Het stilleven dat ik na het beklimmen van de gammele ladder aantref, is eigenlijk best vertederend. Mijn Zwak ligt heel zoet te slapen en af en toe komt er een zacht pruttelgeluidje uit zijn mond. Zijn verrukkelijk gespierde linkerarm ligt over de zak kroepoek heen en met zijn rechterhand omklemt hij mijn oude kangoeroeknuffel. Ik kruip geruisloos naast hem, geef hem een zoen en sluit mijn ogen. Zucht. Let’s call it a day. 

]]>
Wed, 20 Apr 2016 16:07:43 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=60
The best thing that never happened to me http://www.encycleopedie.nl/blog?d=59 Ik loop bioscoopzaal 4 van de Verkade Fabriek binnen. Wow, wat chill, zeg ik. Er staan hier gewoon vet comfortabele banken waar ik languit op kan gaan liggen terwijl ik naar de film kijk. Dat wist ik helemaal niet. Ik ben met twee vrienden die me hebben weten te overtuigen om -tegen de afspraak in- naar een vage Belgische film te gaan in plaats van naar The Revenant. Het is een schande dat ik, als grootste Leo-fan, die als hardste schreeuwde dat hij de Oscar moest winnen, die film nog niet gezien heb.

Maar goed, de film ‘Belgica’ is het dus geworden, *gaap*. Nog voordat ik neerplof op zo’n super comfy bank, betrap ik mezelf erop dat er ongewenste gedachten door mijn hoofd schieten. Ho! Ik had hier met hém moeten zitten, denk ik. Hij had hier moeten zijn, verdomme. Mijn vrienden zijn hartstikke lief en proberen me al de hele dag op alle mogelijke manieren op te beuren maar ik kan het niet helpen. Ik denk: was hij nou maar hier.

Als hij hier was, had ik hem er van kunnen overtuigen dat ik echt wel heel leuk ben en dat hij wel degelijk verliefd op mij kan worden. Ik ben niet de persoon die hij gezien heeft. Ik ben beter, leuker en spontaner en ik moet dat aan hem bewijzen. Maar hoe? Niet, denk ik. Of wel? Nee. Jawel. Nee. Natuurlijk wel. Nee, doe normaal, die gast heeft na één fucking date (die hij zelf liever een ‘samenkomen’ noemde) al gezegd dat hij denkt nooit verliefd op je te gaan worden. Natuurlijk kan ik niets bewijzen, natuurlijk kan ik hem niet overtuigen. Ben jij zelf nog te overtuigen, als je iemand definitief afschreven hebt? Nee. Nooit. Ik ga alleen maar walgen van jongens die wanhopige bokkensprongen maken. Zo kansloos. De gesprekken die ik met mezelf in mijn hoofd voer, zijn ook kansloos, dat weet ik. Stop met hieraan te denken. Kijk naar de film. Focus!

Maar wat nou als ik terugkom op mijn besluit om niet op zijn aanbod in te gaan om als ‘vrienden’ thee te gaan drinken? Zodat hij me precies uit kan leggen waarom we geen match zijn. Wat nou als ik dat doe, wat nou als ik hem bel… O shit, ik kan helemaal niet meer bellen. Ik heb onder het toeziend oog van mijn vrienden zijn nummer en ieder spoor daarnaartoe moeten verwijderen uit mijn telefoon. Mijn vrienden weten nog beter dan ik hoe dol ik ben op dramatische, nachtelijke voicemailberichten. Ik heb dat best vaak gedaan, in beschonken toestand, voicemails ingesproken van vrienden waar ik ruzie mee had of nog erger; van scharrels waar ik het contact zojuist (als in: drie uur geleden) mee verbroken had. Die voicemails zorgden ervoor dat ik de volgende dag mijn hoofd zo’n 88 keer tegen de muur aan wilde rammen dus op zich is het best lief van mijn vrienden dat ze me daarvoor willen behoeden.

Maar goed, Cleo, je bent journalist en doet beter speurwerk dan Inspector Gadget en Baantjer bij elkaar, dat weet je zelf ook. Dus met één knip in je vingers heb je dat telefoonnummer zo weer in handen. Dus wat nou als ik hem bel… En wat nou als ik dan zeg dat ik toch af wil spreken om te horen waarom hij nooit iets voor me gaat voelen. Hmm, moet ik dat nou wel doen? Waarschijnlijk deed hij dat aanbod alleen maar uit vriendelijkheid. Vermoedelijk begrijpt hij op zijn leeftijd ook wel dat het erg bruut is om te zeggen: ‘Jo, ik vind jou totaal oninteressant en ik wil even tegen je zeggen dat ik nooit verliefd op je ga worden en trouwens, ik hoef je ook nooit meer te zien en ik ga ook nooit meer iets van mezelf laten horen. Dan weet je dat. Doei!’ Nee, dat kun je niet maken maar het lijkt mij dat hij dat wel het liefst had gedaan. Ho stop, geen gedachten voor anderen invullen. Misschien lijkt het hem echt wel leuk om een keer thee met me te drinken. Niet meteen zo negatief. Dus wat nou als ik hem bel en zeg dat ik heel benieuwd ben naar zijn verhaal. En wat nou als ik dan een week voor die afspraak op een crashdieet ga en vijf keer onder de zonnebank ga liggen en een nieuwe bh koop en die ene rok met die top en hakken eronder aantrek. Als ik dat doe, kan ik hem heus wel overtuigen van mijn kwaliteiten en is hij ineens op slag verliefd. Toch? Nee, zo werkt het niet Cleo. Verdomme, snap dat nou eens. Mannen zeggen dit soort dingen niet voor niets. En denk aan dat liedje van Bonnie Raitt dat Adele zo mooi gecoverd heeft: ‘I Can’t Make You Love Me.’

En bovendien, daar komt bovenop: wil je zo laag zinken dan? Alsof je niet meer waard bent dan je hand ophouden. Alleen al het feit dat je dit soort belachelijke ideeën oppert in je eigen hoofd is respectloos naar jezelf toe. Alsof jij nog iets met die jongen te maken wil hebben. Jezus zeg. Hij dumpt je al voordat hij je ooit gehad heeft. Hij weet niet wat hij laat lopen. Kom op zeg. En let nou eens op die film, het hele begin is al compleet aan je voorbij gegaan.

Even weet ik mijn aandacht vast te houden. Dat komt door de hevige pornoscène die nu aan de gang is. Heftig. Intens. Boeiend. Ik doe mijn ogen dicht… Nee Cleo, don’t even go there. STOP IT. In mijn gedachten zie ik hem, onder mij. Naakt. Damn. Ik kan het niet stoppen. Ik denk aan hem, constant. En alleen al het feit dat hij mij afgewezen heeft maakt hem direct 30 maal interessanter dan hij sowieso al was. Ik ben net een vent wat dat betreft. Ik zeg wel dat ik het spel van de liefde haat en dat ik geloof in liefde op het eerste gezicht maar ondertussen wil ik jagen. Ik wil jagen tot ik er bij neerval. Niets voelt zo goed als seks met je moeizaam gevangen prooi. What the hell is er toch mis met mij?

Als je zo graag met hem had willen neuken, dan had je dat verdomme moeten doen toen hij in je nest lag. Maar nee, toen moest je zo nodig hard to get spelen omdat dat met het oog op de toekomst nou eenmaal een beter idee leek. En omdat een man zijn best voor je moet doen. Logisch. Ik weet eigenlijk niet eens wat er in mij om ging toen hij in mijn bed lag. Ik werd namelijk compleet weggeblazen door mijn gevoelens. Jullie zullen bijna niet kunnen geloven wat ik voelde. Zó vaak heb ik gezegd dat ik nooit meer zoiets zou voelen. Ik had min of meer besloten dat ik het nooit meer zou voelen. Maar het gebeurde gewoon en het kriebelde.

Dat kriebelen voelde ik trouwens constant tijdens ons ‘samenkomen’. Vanaf het moment dat ik hem zag. Ik wist me daardoor geen houding te geven, dus ging ik maar stoer doen en hard to get spelen, of zoiets. Dat zal wel door het verleden komen. Zo übercliché en slaapverwekkend om te zeggen, dat weet ik, maar het is wel een beetje waar. Op het moment dat ik iets voel, voel ik mij genoodzaakt een muur van 90 meter hoog om me heen te bouwen, puur uit zelfbehoud. Ook zet ik mijn clownsmasker op. En dan ga ik stomme grapjes maken, onaardige dingen zeggen, dingen zoals ‘je stinkt’ en ‘je bent lelijk’ en tot overmaat van ramp ga ik ook nog eens boeren laten en zeggen dat er scheten klem zitten in mijn darmen.

Op zich is dat allemaal niet zo tactisch als je iemand echt leuk vindt. Maar ik kon er niets aan doen dat dat magische gevoel me ineens overviel. Ik heb het pas één keer eerder gevoeld in mijn leven. Mijn pech was alleen dat ik die ene keer verliefd werd op een jongen die gevoelig was voor nieuwe bh’s. Achteraf gezien was onze liefde niet wederzijds. Meer dan 7 jaar, 380 bh’s, een bloedend hart, honderden slapeloze nachten en liters tranen verder heb ik het gevecht opgegeven. Met het liedje van Bonnie Raitt in mijn achterhoofd. Als ik op die zwoele zomeravond op de Waalkade in Nijmegen geweten had wat ik nu weet, had ik de trein terug naar huis gepakt. De weken, maanden en jaren die daarop volgden kon ik niet meer terug. Ik was blind door de liefde. Ik ben gepokt en gemazeld door mijn verleden. Daarom besloot ik nooit meer verliefd te worden.

Tot afgelopen donderdag dacht ik echt dat je zulke dingen kon besluiten. Tot er iets buiten mijn macht om gebeurde. Ineens rook alles beter, voelde alles beter en smaakte alles beter. Ik zag de schoonheid van degene die naast me zat, iemand die ik niet eens ken. Deze jongen had iets puurs, iets ontwapenends. Iets wat ik over mijzelf niet kon zeggen, ik ben behoorlijk getroebleerd. Voor het eerst sinds jaren was ik in het hier en nu. In zijn bijzijn dacht ik even niet aan de zorgen van morgen. Dat ik dat gevoel door mijn gestuntel niet over heb kunnen brengen maakt misschien niet eens iets uit. Het gevoel was magisch. Het was een verademing. Eigenlijk wilde ik ook het liefst de hele tijd aan hem zitten, een drang die ik normaal gesproken niet zo snel heb. Maar iets hield me tegen.

De volgende dagen bracht ik al zingend, lachend en fluitend door. Mensen vroegen waarom ik er zo goed en gelukkig uitzag. Als mensen me vroegen naar mijn ‘date’ kon ik niet anders dan van oor tot oor stralen. Ik had nog net geen megafoon gekocht om het van de daken te schreeuwen, maar iedereen die het wilde weten of naar me wilde luisteren kreeg het te horen: volgens mij heb ik vlinders in mijn buik. Ik had energie voor 10 en kreeg geen hap door mijn strot. Ik ben in een paar dagen 3 kilo afgevallen en ik was gelukkig. Ik had de neiging om hem constant te bellen en te berichten om te vragen wanneer ik hem weer zou zien. Maar iets hield me tegen.

Ondertussen zijn we al over de helft van de film. Dan mag ik stiekem wel even op mijn telefoon kijken, toch? Misschien heeft hij wel een bericht gestuurd dat hij spijt heeft van zijn besluit. Nee Cleo, niet op je telefoon kijken. Hij heeft echt geen bericht gestuurd. Hij is juist blij dat hij van alles af is. En dan nog? Al heeft hij iets gestuurd... alsof jij dan nog in staat bent om over alle shit heen te stappen. Alsof dit niet een al gedane zaak is. Ik wil op mijn telefoon kijken, maar iets houdt me tegen.

Ik zat op een roze wolk. Tot vanmiddag. Toen plopte dat bericht op mijn telefoon op. Dat bericht zorgde er voor dat ik van mijn wolk aftuimelde en weer met beide benen op de grond stond. Boem, bats, in één klap vloeide alle adrenaline uit mijn lichaam. De magische stofjes maakten plaats voor leegte. Een leegte die ik probeerde op te vullen door zo hard mogelijk mee te zingen met Acda & De Munnik en een hele rol Oreo’s naar binnen te proppen. Vanmiddag besloot ik dat ik me er één dag rot om mag voelen. Het rotgevoel moet na die dag plaats maken voor dankbaarheid. Door deze jongen, die ik niet eens ken, weet ik dat ik nog kan voelen. Dat ik nog verliefd kan zijn.

De soundtrack van de film wordt op het hoogst haalbare volume ingezet: ‘You’re the best thing that never happened to me…’ Ik wil wederom mijn telefoon uit mijn tas pakken om de zoekactie naar zijn nummer van start te laten gaan. Maar iets houdt me tegen.

Terwijl we de zaal uitlopen slaat één van mijn vrienden zijn armen om me heen en geeft me een dikke knuffel, hij zegt: ‘Komt wel goed hè Cleedje.’ Het komt zeker goed schat, zeg ik. He’s just the best thing that never happened to me.

]]>
Tue, 22 Mar 2016 18:14:42 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=59
Het Land van Maas en Waal (073Magazine) http://www.encycleopedie.nl/blog?d=58 Ik kijk ademloos naar het live-verslag van de NOS; de koning zal dadelijk de tentoonstelling Jheronimus Bosch: Visioenen van een genie openen. Hoewel ik behoorlijk ziek ben en gisteren slecht nieuws te horen heb gekregen, voel ik me opgewonden en gieren de zenuwen door mijn lijf. Ik vind het heel speciaal dat de koning langs mijn huis -en dus langs mij- naar het Noordbrabants Museum zal lopen.

Ik woon direct naast het museum en het feestelijke feit dat het Jeroen Boschjaar is aangebroken, is mij de afgelopen weken geen seconde ontgaan. Zo ongeveer dag en nacht werd er onder mijn raam gewerkt, gerepeteerd, gebouwd en schoongemaakt. Dat bracht uiteraard de nodige omgevingsgeluiden slash artistieke herrie met zich mee. Om die geluiden ‘overlast’ te noemen vind ik in deze situatie ongepast, omdat ik me zeer verbonden voel met Jheronimus Bosch én met Willem-Alexander. Ik moet wel even aantekenen dat ik het jammer vind dat ik als begripvolle buurtbewoonster en Jeroen Boschfan geen vrijkaartje voor de expositie heb mogen ontvangen. Wie weet komt het nog.

Ik ben hoe dan ook buitengewoon trots op onze stad, op ons museum, op onze Jeroen Bosch en op onze koning. Op de televisie zie ik dat onze burgervader inmiddels samen met de koning over de Parade paradeert. Ze worden toegezongen door Ali B en Brace. Ze zingen hun eigen versie van ‘Het Land van Maas en Waal’ van Boudewijn de Groot. Ali zingt: ‘Zorgen over morgen moeten nu even verborgen zijn.’ Brace vervolgt: ‘Onder de groene hemel, in de blauwe zon, speelt het blikken harmonie-orkest in een grote regenton…’ Ik word overvallen door emoties, dat zal ongetwijfeld te maken hebben met het nieuws dat ik gisteren heb gekregen.

Het duurt niet lang meer, ik kan onze koning bijna in levenden lijve bewonderen. Ik trek mijn jas aan en storm naar buiten. Op het moment dat Willem-Lex voorbij komt, flitsen er een paar prachtige herinneringen door mijn hoofd. Toen ik dertien jaar oud was, deed ik op mijn middelbare school mee aan een schrijfwedstrijd. Ik interviewde voor deze wedstrijd mijn opa over de oorlog. Ik werd één van de winnaars, mijn verhaal werd gepubliceerd in een boek en ik mocht het op Bevrijdingsdag voorlezen aan de toekomstige koning van ons land. De wetenschap dat er allemaal belangrijke mensen naar me keken en luisterden gaf mij een kick. Maar het allermooiste van die dag was dat ik mijn opa trots had gemaakt. Voor ik begon met lezen, keek ik naar mijn publiek, eerst naar opa, mijn eregast, daarna naar de prins. Niemand neemt opa en mij deze ervaring af; we voelden ons de sterren van het evenement. Ik sprak later die dag overmoedig(?) uit dat ik journalist wilde worden.

Het slechte nieuws van gisteren gaat over mijn opa; er zijn verdachte plekken in zijn 88 jaar oude longen gevonden en hij voelt zich beroerd. Morgen krijgen we meer te horen. Dit akelige nieuws doet mij verdriet. Ik wil niet dat opa nog moet lijden in zijn leven. Ik wil dat hij op een vredige manier, zonder pijn, onder de groene hemel de heuvels in kan trekken. Naar het Land van Maas en Waal; het land van zijn dromen, het land waar zijn overleden geliefde, mijn oma, hem weer in haar armen zal sluiten. Ik kijk naar de koning en ik heb het gevoel dat hij mij ook ziet. Ik kijk naar de stralende, strakblauwe lucht, waarin zelfs de zon blauw lijkt, Jeroen Boschblauw. En opeens voel ik dat het goed is. Zorgen over morgen moeten nu even verborgen zijn.

]]>
Tue, 08 Mar 2016 14:56:50 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=58
Het gras lijkt altijd groener (073Magazine) http://www.encycleopedie.nl/blog?d=57 Het gras lijkt altijd groener bij de buren, zeg ik tegen mezelf terwijl ik met mijn ene oog in de spiegel van het damestoilet kijk en met het andere terloops een blik op mijn telefoon werp. Ik veeg de spetters die opgespat zijn vanuit het toilet van mijn gezicht.

Het is oudejaarsdag, bijna 15.00 uur en ik trek de wc’tjes recht. Zo noemen we dat in het restaurant waar ik werk. Als de grootste drukte van de lunch voorbij is dan moeten de wc’tjes rechtgetrokken worden: doekje over de wc-bril, beetje luchtverfrisser sprayen, toiletpapier aanvullen en de wastafel droogmaken. Schrobben en dweilen hoeft niet, dat doen we pas ’s avonds, na het diner.

Soms heb je geluk en valt er niet heel veel recht te trekken. Soms heb je pech en zit er een dikke drol klem, heeft er iemand over de wc-bril gepist of naast de plee gekotst. Of heeft er een mevrouw ‘de helikopter’ gedaan met haar tampon, die daarna achteloos zonder zakje of papiertje naast de pedaalemmer is gedropt. Vandaag viel het mee, op enkele remsporen na. Ik wilde me er alleen te snel vanaf maken, ik ging iets te enthousiast met de pleeborstel tekeer, vandaar de spatten in mijn gezicht.

Voordat ik weer de zaak in loop, check ik nog snel even de Facebookpagina op mijn telefoon. Ik zie feestelijke updates van mijn vrienden die zich in de mooiste kerst-outfits hebben gehesen. Er komen foto’s voorbij van de meest heerlijke gerechten; portobello’s, gevulde kalkoenen, eendenleverkrullen en grand desserts, je kent al die delicatessen wel. Alle mensen op de foto’s stralen, ze omhelzen elkaar en ze zijn tot in de puntjes verzorgd, net als de glinsterende kerstbomen op de achtergrond.

Ik weet dat het gras van de buren altijd groener lijkt en dat Facebook geen realistische weerspiegeling van de werkelijkheid is, maar toch trap ik er in, ik trap in jullie. Een kort moment zwelg ik in zelfmedelijden. Verdomme, denk ik. Jullie zitten lekker te vreten en te zuipen en gelukkig te zijn, terwijl ik hier die stinkplees aan het poetsen ben en niet eens zin heb om gezellig te doen en gelukkig te zijn.

Het gras lijkt altijd groener. En de meeste mensen willen ook dat het gras bij hen groener lijkt, dat is zo jammer. Jullie zullen nou nooit eens een foto op Facebook zetten van die jurk die zo ontzettend tegenviel toen je ‘m eenmaal aanhad, omdat je er in dat ding uitzag als een rollade. Ook nooit eens een foto van de kipfilets uit je bh die net zo groot zijn als je billen. Nooit een foto van de zwartgeblakerde eendenborst. Nooit eens een update over de 48 uur die je op het toilet hebt doorgebracht omdat je tijdens het gourmetten een voedselvergiftiging hebt opgelopen. Nooit eens een foto van je man waarop hij de plee onderkotst omdat hij zijn kop eraf gezopen heeft. Nooit een update over het cadeautje dat je in de binnenzak van je man hebt zien zitten maar nooit ontvangen hebt. Nooit, nooit, nooit zullen jullie dat doen. Mensen zijn te trots.

Terwijl ik aan het zwelgen ben in zelfmedelijden zie ik nog zo’n kleffe feestfoto van een kennis opduiken. Ze omhelst haar vriend die haar een zoen geeft. Vorige week nog was diezelfde vriend mij achtervolgd naar het toilet omdat hij dacht daar even rap een feestwipje met mij te kunnen maken. Al snel realiseer ik me dat het allemaal schijn is. Niets is wat het lijkt. Het gras lijkt altijd groener, maar als je van dichtbij gaat kijken, dan zul je zien dat je buren al jaren vaal geworden grasmatten van plastic hebben liggen.

]]>
Tue, 08 Mar 2016 14:55:33 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=57
Gemberthee http://www.encycleopedie.nl/blog?d=56 Op mijn kamer drink ik gemberthee met vriendin A. We kijken met glazige oogjes voor ons uit. We zijn op, we zijn kapot. We hebben net Knillis begraven op de markt. We stonden vooraan, met in onze handen bekers bier en bakken kibbeling. Terwijl Hendrien van haar sokkel werd getrokken sloeg ik mijn arm om vriendin A heen. Je hoeft niet verdrietig te zijn, zei ik sentimenteel tegen haar, voor je het weet is het weer carnaval; je krijgt straks van mij een lekkere kop gemberthee, daar zul je ontzettend van opknappen.

Ik hoor al heel lang, van verschillende mensen, dat gember een wondermiddel is, zuiverend en ontstekingsremmend en zo. Doorgaans sta ik nogal sceptisch tegenover dat soort beweringen, maar twee weken geleden besloot ik het toch maar eens te proberen. Ik heb zo’n biologisch gemberknolletje gekocht en netjes een paar plakjes in mijn thee geworpen. Lekker hoor! En voor mijn gevoel werkte het echt! Sindsdien werk ik er zowat een knol per dag doorheen. Ik heb zelfs mijn moeder aan de knollen gekregen. En nu dus ook vriendin A.

Mijn telefoon gaat. Het is trouwens mijn eigen telefoon niet. Het is de oude iPhone van Hilde, ik mag hem lenen (super dol, super lief, super fijn) tot mijn eigen telefoon terug is van het Repair Centre. Wat een drama, dat peperdure ding van nog geen vijf maanden oud begaf het ineens vlak voor carnaval. En alsof dat nog niet erg genoeg was, kreeg ik enkele dagen later ook mijn reserve telefoon niet meer aan de praat (nadat ik hem van de bank had laten vallen). Normaal gesproken kan ik na dit soort ongevallen wel een telefoon van mijn broer lenen. Het toeval wilde dat hij kort geleden zelf zijn laatste reserve phone nodig had, nadat iemand per ongeluk met een auto over zijn nieuwe telefoon was gereden.

Ik heb vriendin B (ze is dronken) aan de telefoon: ‘Waar ben jij? Zal ik naar je toe komen? O en vriendin C komt ook even mee. Trouwens, er komt ook een jongen mee.’ Prima, zeg ik, jullie krijgen allemaal gemberthee van mij! Een paar minuten later staat de dronken bende voor mijn voordeur. Ik loop de trap af en doe de deur open. Wow, huh, wat!!! Error! Voor mijn deur staan vriendin B en C met een dronken jongen.

Die jongen heb ik vorige week zondag tijdens Veurnaval ontmoet. En hoe gek het ook zal klinken, ik vond die jongen eigenlijk wel leuk. Weliswaar was ik dronken en hij ook en zaten we onder het bier en droegen we stinkende kielen, maar toch zag ik het en voelde ik het, echt. Ik weet niet, hij was niet echt mijn type, desondanks was ik wel gecharmeerd van hem. Heel soms heb ik dat wel eens. Héél soms. We hebben kort met elkaar gesproken terwijl we hand in hand naar het volgende café liepen. Hij vertelde dat hij les gaf op een universiteit en hij vertelde waar hij woonde. Ik vond het bizar dat we elkaar nooit eerder ontmoet hadden, terwijl we nota bene allebei in Den Bosch geboren en getogen zijn. Ik vond het allemaal iets aangenaam mysterieus hebben maar toen hij dronkenmanspraat uit begon te kramen was ik wel weer uitgepraat. Hij zei iets in de trant van een klik die hij tussen ons voelde en of we niet even konden tongzoenen.

Ik doe niet aan tongzoenen in de kroeg dus was ik snel uitgepraat. Ondertussen betrapte ik mezelf er wel op dat ik meer over die jongen wilde weten. Terwijl ik tussen het Veurnavallen door stiekem een kop koffie in de Uilenburg ging drinken, vroeg ik terloops een beetje rond bij collega’s. Niemand kende hem, apart. Maar één van mijn collega’s had hem wel gevonden op Facebook. Geinig. Ik voegde hem in mijn enthousiasme toe als vriend, dat was een leuke carnavaleske en puberale zet. Toch? Mijn collega's stonden er behoorlijk van te kijken dat ik weer eens (zeldzaam!) een keertje gecharmeerd was van een jongen. Dus toen ik opstond om weer verder te gaan met Veurnavallen, kreeg ik een aantal verfrissingsdoekjes voor mijn poes in mijn hand gedrukt. Om te gieren. Go for it! Niet dus. Ik heb die jongen helemaal niet meer gezien.

Tot nu, nu staat hij voor mijn deur. Nee maar! Een fractie van een seconde denkt mijn licht narcistische inborst dat vriendinnen B en C de jongen bij mij af komen leveren omdat hij dagenlang naar mij heeft lopen zoeken. Maar al snel komt de gedachte bij me op dat er misschien iets anders gaande is. Ik heb de indruk dat die gast me niet eens herkent, lekker. Maar goed, hij mag binnenkomen en vriendinnen B en C ook. Eenmaal in mijn kamer aangekomen -qua aanzien vergelijkbaar met een vuilnisbelt met vieze sokken en strings on top- neemt vriendin C me even apart. ‘Ik heb met hem geneukt!’, sist ze triomfantelijk. O god, denk ik. Dat charmante mysterieuze is er nu wel definitief van af. Braak. Vriendin C en de jongen slaan de gemberthee gedecideerd af en gaan er samen gehaast vandoor. Ik kijk ze teneergeslagen na. Sprookjes bestaan niet. Carnavalssprookjes ook niet.

]]>
Wed, 10 Feb 2016 14:37:57 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=56
Incompatibel http://www.encycleopedie.nl/blog?d=55 Ik heb niet zo lang geleden een jongen mee naar huis genomen. Achteraf bleek dat niet zo'n goed idee te zijn. Ik nam die jongen namelijk alleen maar mee -sorry jongen- ter vervanging van de jongen die ik eigenlijk écht mee naar huis had willen nemen. Als surrogaat. Die andere jongen ken ik al best wel lang en ik hoef niets van hem, ik wil hem alleen maar af en toe mee naar huis nemen, als je begrijpt wat ik bedoel. Tot mijn verbazing zat die jongen er deze keer kennelijk niet op te wachten om meegenomen te worden en daar had ik de pest over in. Ik wil namelijk graag de regie hebben en van afwijzingen word ik boos. Nou, prima dan, dacht ik enigszins gekrenkt, laat maar zitten. Ik vermaak mezelf wel, ik ben toch toe aan iets nieuws. Ik had per slot van rekening het goede voornemen voor 2016 om me niet meer zo vast te klampen aan (waardeloze) figuren uit het verleden.

Om nou op zo’n avond -de avond van de afwijzing- demonstratief iemand anders mee naar huis te nemen is natuurlijk een meesterlijk slecht plan, dat weet ik zelf ook wel. Maar je kent die momenten wel, je hebt een wijntje op, je bent op zoek naar bevestiging en je wil iedereen even laten voelen dat je een onafhankelijke, fantastische vrouw bent.

Uiteindelijk draait zo’n actie gegarandeerd op niets uit. Er is in mijn geval niets spannends voorgevallen met de surrogaatjongen en ik had hem ook niets te melden. We waren incompatibel. Terwijl hij bij mij op de bank zat, was ik een beetje aan het fantaseren: ik hoop dat die andere jongen via via te horen krijgt dat ik zo stoer en daadkrachtig ben geweest om iemand anders mee naar huis te nemen (alsof hem dat ene moer zou kunnen schelen). Die gedachte was tamelijk infantiel en past welbeschouwd helemaal niet bij me. Het voelde ook best wel treurig, moet ik bekennen. En het ging alleen maar verder bergafwaarts met mijn gemoedstoestand; terwijl ik mijn ogen even sloot naast de jongen op de bank en naar de muziek van Jett Rebel luisterde, verlangde ik opeens heel erg naar die andere jongen. Het ging gewoon vanzelf. Zo erg. Ik voelde zijn lippen bijna in mijn hals. Dit gaat niet de goede kant uit, piepte ik inwendig tegen mezelf. Er zat niets anders op; ik moest de jongen die naast me zat de deur wijzen. Bye bye jongen. The show is over now.

]]>
Thu, 21 Jan 2016 18:13:41 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=55
2016 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=54 Beste lezers,

Laat ik beginnen met jullie hartelijk bedanken voor het feit dat ik inmiddels meer dan 1.000 likes voor mijn Facebookpagina encyCLEOpedie heb mogen ontvangen. Dat ik alleen vandaag al vijf dislikes heb moeten incasseren laten we maar even buiten beschouwing! Ik ga jullie pas aan het einde van deze blog een heerlijk, gezond, gelukkig en vrij 2016 toewensen, dan weten jullie dat. We gaan het nu eerst even over mij en mijn 1.015 likes hebben.

Die 1.015 likes geven mij extra motivatie. Mijn blog bestaat nu ruim een half jaar en het is fantastisch dat mijn verhalen door duizenden individuele bezoekers gelezen zijn. Ik moet jullie eerlijk bekennen dat die grote getallen niet alleen voor motivatie hebben gezorgd maar ook voor enige nervositeit. Ik heb al lang geen nieuwe blog gepost en dat komt niet doordat ik niet aan jullie heb gedacht. Sterker nog: ik heb VIJFTIEN verhalen openstaan op mijn laptopje waar ik maar geen einde aan gebreid krijg. Iedere keer als ik de teksten opnieuw overlees, moet ik helaas concluderen dat ze niet aan mijn eigen verwachtingen voldoen.

Ik lijk door mijn verhalen dan wel een zelfingenomen tante met een narcistische inborst, in real life ben ik dat heus niet. Ook ik ken de nodige twijfels en beproevingen, net als elke andere sterveling. Ik ben, ondanks mijn fantastische voorkomen en mijn enorme schrijftalent, ook maar een mens. Een onzeker mens af en toe. Ik vraag me wel eens af hoe lang jullie mijn gezeik over Elle en mijn bovenbuurvrouw nog leuk gaan vinden. Haha (?). Als ik mijn niet online gezette blogs lees, dan onderken ik dat ze niet oprecht zijn of gewoon totaal niet grappig. Ik wil niet halfbakken nep zijn en ik wil niet dezelfde stomme grapjes maken als al die stomme andere bloggers. Ik ben niet zo dol op bloggers. Soms is het best wel moeilijk, echt. Het is moeilijk je te onderscheiden, interessant te zijn én jezelf te blijven.

Toch ga ik in het komende jaar mijn beste beentje voor zetten, dat zal ook wel moeten want mijn blogs zullen maandelijks gepubliceerd gaan worden in het 073Magazine. Nu ga ik het ergens anders over hebben.

Toen ik de vorige jaarwisseling (2014-2015) met een glas champagne in mijn hand naar het vuurwerk keek, was ik in gedachten verzonken. Ik stond bij de Ijzeren Vrouw met vrienden en vriendinnen, iedereen was druk met bellen naar familie maar ik deed even helemaal niets. Ik stond daar maar een beetje te staan en voor me uit te staren, zoals ik al zei; in gedachten verzonken. Het kus-oliebol-champagne-vuurpijlmomentje brengt altijd een bepaalde melancholische stemming met zich mee. Ik hoef dat gevoel wat je vanbinnen krijgt als je het vuurwerk hoort, ziet en ruikt niet uit te leggen. In mijn hoofd schieten de herinneringen aan het afgelopen jaar altijd net zo hard omhoog als de sissende vuurpijlen om me heen. PHIEW, PHIEW, PHIEW.

Het is maar goed dat we niet in de toekomst kunnen kijken, zei ik tegen mezelf toen ik daar een jaar geleden stond. En inderdaad, het is maar goed dat ik toen niet wist wat 2015 allemaal zou brengen. Zowel op micro-, meso- en macroniveau. Als ik dat geweten had, was ik per direct suïcidaal geworden. Jezus Christus, wat een jaar was het. En godallemachtig, wat ben ik blij dat dat jaar voorbij is. Wat 2016 mij gaat brengen wil ik niet weten.

Ik vind het nu geen gepast moment om alle shit en ellende van het afgelopen jaar op te gaan rakelen, dus daarom blik ik vandaag liever niet terug. Ik ga jullie alleen een heerlijk, gezond, gelukkig en vrij 2016 toewensen. En natuurlijk wil ik een aantal mensen specifiek benoemen en bedanken.

Jop, bedankt voor deze blog.

Sandra, bedankt voor de prachtige foto’s en de support.

Tobias, bedankt dat je mijn broer bent.

Mama, bedankt dat ik altijd bij jou uit mag huilen.

Opa, bedankt dat je nog leeft terwijl je al 88 bent.

Sandy, bedankt dat je er altijd voor me bent terwijl ik altijd chagrijnig ben.

Sayra, bedankt dat je al zo lang mijn vriendin bent.

Donna, bedankt dat je Donna bent.

Soraya, bedankt dat je maar gehaktballen voor me blijft maken terwijl ik nooit voor jou kook.

Daantje, bedankt dat je zo positief in het leven staat.

Christine, bedankt dat jij me altijd begrijpt, ook al praten we nooit meer met elkaar.

Merle, bedankt voor de onbezorgde tijden die ik met jou kan hebben.

Lotte, bedankt voor de bijzondere inzichten die je me bijgebracht hebt.

Whoopy, bedankt dat jij de eerste vriendin bent die een baby krijgt.

Simone, bedankt voor je geweldige Jett Rebel cadeau en bedankt dat we zo lekker samen kunnen dansen.

Daan, bedankt dat je mijn trouwste fan bent en mijn blog altijd deelt.

Rachel, bedankt dat je mijn blog in 2016 groot gaat maken in Amsterdam.

Rens, bedankt dat je al zes jaar mijn rijinstructeur bent.

Elle, bedankt dat je me zo veel onderwerpen om over te schrijven gegeven hebt. Ik zal je in 2016 geheel buiten beschouwing laten.

Vaste gasten en personeel van het Tapperij het Veulen, bedankt dat ik altijd tegen jullie aan mag zeveren.

Cleo, bedankt dat je binnen drie dagen je top vijf goede voornemens (niet meer drinken, niet meer roken, geen dronken booty calls meer plegen, niet meer zeiken en niet meer tot twaalf uur in bed liggen) alweer door de plee hebt gespoeld. Ik ben trots op je. Nu kunnen we weer vrienden zijn.

HAPPY NEW YEAR!

]]>
Sun, 03 Jan 2016 17:07:22 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=54
Omgevingsgeluiden II http://www.encycleopedie.nl/blog?d=53 Ik kon vannacht niet slapen dus ik ging op de bank naar Serious Request kijken en koekjes eten. Toen ontstond deze conversatie met mijn bovenbuurvrouw via de WhatsAppgroep van ons huis:

Bovenbuurvrouw: Hoi, mag de muziek in huis (weet niet van wie) iets zachter alsjeblieft? Werd er wakker van. Thank you! welterusten xx

Cleo: Haha, ik kijk TV, neem aan dat je daar niet wakker van bent geworden...

Bovenbuurvrouw: Ik weet niet of het muziek is of tv, maar hoor het wel zo goed dat ik er wakker van ben geworden helaas.. Moet wel zeggen dat ik ook lichter slaap nu door koppijn. Anyways, doe je ding maar als ie iets zachter kan zou dat heel fijn zijn. Trusten.

Cleo: Ik heb gisteren mijn tv maar wat zachter gezet en heb mijn telefoon vervolgens weggelegd want ik was bang dat ik anders zou ontploffen. Het liefst had ik mijn volume vol open gezet, het is dat hier ook andere mensen in huis wonen. Jij hebt denk ik geen idee hoeveel last ik áltijd -als ik hier ben- van jou heb. Ik ben hier nauwelijks omdat ik altijd wakker word van jou en je gedreun. Het is ondraaglijk. Weet nog steeds niet wat jij uitspookt maar ik word er zo gek van dat ik hier weg wil (ook door de poeplucht en de MEGA ranzige douche). Ik ben gestopt met jou berichtjes sturen omdat jij de vorige keer aangaf dat je niet je hele leven voor mij om kan gooien of beperken. Gisternacht nog maakte je me wakker toen je om 04.00 uur 's nachts rondjes recht boven mijn hoofd ging lopen. Ik had toen ook koppijn. Het spijt me maar bij mij komt het kalk regelmatig van het plafond, als jij wakker bent en een stap buiten je bed zet, ben ik ook wakker. Jouw muziek -net zoals nu- hoor ik net zo hard als jijzelf... Het lijkt alsof die (klote)hardcore box in mijn kamer staat. Als jij zingt, lijkt het alsof je naast me staat. Denk niet dat het op zijn plaatst is om mij, die keer dát ik een keer in mijn eigen huis ben (op een weekenddag) te vragen of ik mijn tv zachter wil zetten terwijl hij absoluut niét hard staat. Maar prima, heb het gedaan. Hoop dat ik nu ook vaker een beroep op jou mag doen.

Bovenbuurvrouw: Weet je wat het verschil is, Cleo? Ik luister OVERDAG muziek, ik zing OVERDAG, ik repeteer OVERDAG. In de nacht, als ik een keer laat thuis kom (omdat ik weer eens bij vrienden was in plaats van zij bij mij omdat ik jouw nachtrust wil bewaken) of als ik een keer wakker ben en aan het studeren ben, loop ik soms even naar de andere kant van mijn kamer om iets te pakken of loop ik even naar het toilet, dat zijn LEEF-geluiden. Vandaar dat ik de vorige keer ook tegen je zei: ik doe alles in mijn macht om jou niet te storen, maar het spijt me, me niet verroeren na 22:00 gaat mij nét iets te ver. Dat is te gek voor woorden?! Het kan toch niet zo zijn dat je het verschil niet begrijpt tussen leefgeluiden waar je nauwelijks iets aan kan doen en muziek of een tv die zachter gezet kan worden? Hoe dan ook, ik heb totaal geen zin in deze zinloze discussie. Het is een naar feit dat we in zo'n gehorig en verrot huis wonen, maar ik ben volwassen genoeg om twee dingen los van elkaar te zien in plaats van dat ik alle schuld op mijn huisgenootje gooi die genoeg haar best doet. Ik ben hier helemaal klaar mee. Er is nu genoeg gezegd via Whatsapp. Wil je nog iets kwijt, dan kan je langskomen en als het kleine dingen zijn, kunnen jullie me appen. Fijne dag allemaal.

Cleo: Fijne kerstdagen & een gelukkig nieuwjaar!

Bovenbuurvrouw heeft de groep verlaten.

]]>
Sat, 19 Dec 2015 15:36:51 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=53
Mijn chirurg http://www.encycleopedie.nl/blog?d=52 Iedereen zit te zeuren dat mijn blogs te lang zijn. Volgens jullie moet ik een korte blog met korte zinnen schrijven. Hier hebben jullie je korte blog:

Ik had vanochtend een controle afspraak in het ziekenhuis met een chirurg. Er werd mij aan de telefoon verteld dat ik een afspraak had met de chirurg die mij de eerste keer ook geholpen had. Die chirurg was lekker. Lang, donker haar en gespierd. Ik gok dat hij net iets ouder dan dertig was. Ik verheugde me best op het weerzien en ik wilde er goed uitzien voor mijn gespierde dokter. Ik besloot daarom gisteren onder de zonnebank te gaan.

Ik was er al aardig lang niet meer onder geweest dus ik zag behoorlijk bleekjes. Het leek me om die reden een goed idee om tien minuutjes onder de zwaarste gezichtsbruiner te gaan. Toen ik vannacht -door de hitte- wakker werd, voelde mijn hoofd wat warm aan maar ik maakte me niet direct heel veel zorgen. Maar toen ik vanochtend in de spiegel keek, deed ik dat wel. Mijn voorhoofd was veranderd in een knalrode vlek. Onder mijn ogen zaten van die legerstrepen, je kent ze wel. Met carnaval doen 16-jarige bimbo's die verkleed gaan als porno-soldaat die op hun wangen. Die strepen van mij waren alleen niet groen maar een soort van bordeauxrood. Toen ik onder de douche ging staan, leek het alsof mijn hoofd in de fik stond.

Maar goed, ik moest hoe dan ook naar het ziekenhuis. Kwam ik daar, bleek dat ik een afspraak met een chirurg van dik in de zestig had. Die grijsaard dacht dat ik een allergische reactie had. Wat een giller.

]]>
Thu, 10 Dec 2015 14:55:22 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=52
En de winnaar is... http://www.encycleopedie.nl/blog?d=51 Damn! Ik zag gisteren bij RTL Late Night een paar fragmentjes van een interview dat Thijs Römer met Leonardo DiCaprio had. Leo is de shit en Thijs trouwens ook! Hij is zo hot. Zijn charisma, die blik in zijn ogen. Ik kan makkelijk een dag uittrekken om op de bank te gaan liggen en vervolgens 24 uur achtereen over Leonardo DiCaprio te fantaseren. Als Leo 150 kilo zou wegen zou ik hem nog wel doen. Die ogen zijn hypnotiserend, die mond… Die lach, holy pleasure! Ik vind dat zijn vader en moeder een onderscheiding moeten krijgen omdat zij zo'n buitenaards knappe kerel op de wereld hebben gezet.

Toen ik als klein kind de film ‘What's eating Gilbert Grape’ zag -waarin Leonardo het gehandicapte broertje van Johnny Depp speelt- was ik verkocht. Vanaf dat moment was ik verliefd op Leo. Zijn acteerkunsten in die film waren fenomenaal, dat kan niemand ontkennen. Ik vind het dan ook bijzonder onbegrijpelijk dat hij in 1993 niet naar huis ging met de Oscar waar hij voor genomineerd werd (beste bijrol).

Maar wat ik nog veel onbegrijpelijker vind is dat in de ruim 20 jaar die daar op volgden, Leonardo nog steeds geen één Oscar heeft gewonnen. Laten we eerlijk zijn, een acteur van dit kaliber -een kunstenaar die zo ontzettend veel rollen op een briljante wijze heeft weten te vertolken- VERDIENT een persoonlijke Oscar voor beste mannelijke acteur. Even serieus, prijzen zoals de Oscars zijn de wereld ingekomen om het werk van acteurs zoals Leo te kunnen bekronen. Het is ronduit schandalig dat Leo er nog geen één heeft, dat vind ik oprecht. Misschien kunnen Thijs Römer en ik samen een petitie opstarten of zoiets? Een Oscarpetitie om de geachte leden van the Academy een signaal te geven dat het hoog tijd is om Leo een Oscar te geven, voor zijn rol in The Revenant.

Over Thijs Römer gesproken… Wat een topper is dat! Hij is een soort van Nederlandse Leonardo DiCaprio. Dat zie ik nu. Hoe hij vol overgave dat gesprek met Leo ingaat... Hoe gebiologeerd hij tijdens het interview naar hem zit te kijken...ontroerend. Op enkele ogenblikken dacht ik zelfs te zien dat zijn mond een heel klein beetje open ging hangen. Fantastisch, toch! Beter een oprecht geïnteresseerde Thijs, dan een zelfingenomen verslaggever. Voor zo ver ik erover kan oordelen, is Thijs een uiterst sympathieke gozer die in alles waar hij aan begint, zijn ziel en zaligheid legt. Maar goed, genoeg complimenten.

Thijs, wat zeg je ervan? Zullen wij een keer samen brainstormen over hoe wij Leo die Oscar kunnen bezorgen? Misschien is de Oscarpetitie nog niet zo’n slecht idee… Of een goed opgestelde brief aan de organisatie? Als dat allemaal niet werkt, kunnen we nog altijd samen een Oscar van papier-maché maken zodat jij die tijdens het volgende interview aan Leo kan geven.

Hoe dan ook: Leonardo DiCaprio en Thijs Römer zijn allebei winnaars!

]]>
Tue, 08 Dec 2015 17:43:38 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=51
Een ijzersterke jongen in een broos lichaam http://www.encycleopedie.nl/blog?d=50 Lieve familieleden, vrienden en dierbaren van Rob,

Aan het begin van dit schooljaar begon ik aan een geschreven portret over jullie lieve Rob. Dit is het intro van het artikel:

Hoeveel pech kun je hebben? Dat vraag je jezelf af als je het noodlottige verhaal van Rob van den Aker (26) hoort. Rob’s moeder heeft een treffend antwoord: ‘Iemand die twee keer de loterij wint, heeft net zoveel geluk als Rob pech heeft.’ Zijn moeder heeft gelijk. Als ik haar zoon een pechvogel zou noemen, zou dat een eufemisme zijn. Een eufemisme is een stijlfiguur waarmee iets mooier, vriendelijker of minder onaangenaam wordt voorgesteld dan het in werkelijkheid is. Een pechvogel breekt zijn been of vinger, een pechvogel mist zijn trein of verliest zijn portemonnee. Rob is geen pechvogel.

Zijn werkelijkheid is dat iedere keer als hij een zware lichamelijke tegenslag heeft overwonnen, het noodlot opnieuw toeslaat. Als een moker. Het is oneerlijk. Rob is geboren met Mizuho HB, een ziekte die maar drie andere mensen op deze wereld hebben. Het is een vorm van bloedarmoede. Rob's rode bloedcellen maken zichzelf razendsnel aan maar breken zichzelf in hetzelfde snelle tempo ook weer af en dat zorgt voor veel afvalstoffen in zijn lichaam. Door die afvalstoffen heeft Rob een bijzondere geelgroene huidskleur, op sommige dagen lijkt hij zelfs een gouden gloed over zich te hebben. Niet gek dat zijn vrienden hem jaren geleden omdoopten tot ‘The Golden Boy’. Inmiddels ondervindt Rob geen nadelige gevolgen meer van zijn huidskleur maar dat is weleens anders geweest. Op de middelbare school hield hij weinig vrienden over. Hij werd naar eigen zeggen niet gepest maar hij hoorde ook nergens echt bij. ‘De vriendjes van vroeger fietsten in het begin nog wel met me mee naar school maar uiteindelijk wilden ze liever bij iemand anders horen. Ik viel buiten de boot.’

Op jonge leeftijd werden uit voorzorg Rob's milt en galblaas verwijderd. Door die ingrepen was hij een paar keer voor korte duur uit de running, maar dat zorgde niet voor grote problemen. Na één van zijn ziekenhuisopnames mocht hij in de kleuterklas vertellen over zijn operatie om vervolgens zijn litteken te showen. Ondanks een motorische achterstand en een slechte conditie kon Rob tijdens zijn basis- en middelbare schoolperiode aardig goed meekomen. Na de middelbare school volgde Rob met succes een beroepsopleiding en daarna ging hij aan de slag in de zorgsector. Hij genoot van zijn baan en van de mensen waarmee hij samenwerkte.

Januari 2012: plotseling hing het zwaard van Damocles gevaarlijk dicht boven Rob's hoofd. Er werd schildklierkanker geconstateerd. Op wonderbaarlijke wijze genas hij van deze ziekte. Hij pakte met goede moed de draad weer op en ging zelfs weer aan het werk. Tot hij zich opnieuw niet goed voelde. Deze keer ontstond er een rijgketting aan ziektes en bacteriën die Rob's lichaam aanvielen en die aanvallen blijven zich voortdurend herhalen, tot op de dag van vandaag. Je houdt niet voor mogelijk wat Rob allemaal voor zijn kiezen heeft gekregen. Als ik alles op zou moeten schrijven wordt het een vervolgverhaal. Vorig jaar bleek zijn lever naar eigen zeggen ‘compleet naar de knoppen’. Er bleek maar net op tijd een donorlever beschikbaar te zijn. Na de transplantatie kreeg Rob een hartstilstand. Door een oplettende verpleegster kon hij op het nippertje gereanimeerd worden. Rob revalideerde en was weer aan de beterende hand. Door alle complicaties was hij wel nierpatiënt geworden. Door zijn leverfalen waren zijn nieren zodanig belast en beschadigd geraakt dat hij drie keer in de week moest dialyseren. Tijdens die dialyses zijn er meerdere malen bacteriën zijn lichaam binnengedrongen die hem opnieuw vloerden, waardoor hij vaak te maken kreeg met langdurige ziekenhuisopnames. Telkens krabbelde Rob er dankzij zijn onvermoeibare vechtlust weer bovenop.

Ik zocht Rob op in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch. Mijn eerste ontmoeting met hem was onvergetelijk. Rob straalde. Ik vergat dat ik in een ziekenhuis was. Ik vergat dat ik een interview met een zieke jongen had. Onze ontmoeting voelde als een weerzien met een dierbare vriend. Rob's warme, inspirerende woorden, zijn gezelligheid, zijn stralende lach en zijn belangstelling duwden al het negatieve in de wereld even naar de achtergrond. Het voelde alsof ik op een zorgeloze lentedag een kopje koffie op het terras dronk en dat ik ook nog eens -volkomen onverwacht- een waardevol cadeau kreeg. Rob's aanwezigheid gaf me een geruststellend gevoel, zo'n gevoel dat je eigenlijk alleen kan krijgen in het voorjaar, als de eerste zonnestralen je huid raken. Ik voelde me prettig in het gezelschap van Rob, hij inspireerde me, hij heeft me -waarschijnlijk onbedoeld- belangrijke lessen geleerd. Je krijgt in je leven maar een paar keer de kans om kennis te maken met zo’n bijzondere, oprechte persoonlijkheid. Rob heeft een hart van goud maar dat hoef ik jullie niet te vertellen. Hij heeft mijn hart gestolen, zoals dat van velen.

Ik had voor mijn opleiding journalistiek de opdracht gekregen om een serie voor in een tijdschrift of krant te bedenken. Ik moest met tien voorstellen komen, mijn docent pikte het beste idee eruit. ‘Ik ga dood’, zo heette mijn serie. Ik zou in gesprek gaan met terminaal zieke patiënten, jong en oud. In alle opzichten makkelijker gezegd dan gedaan – achteraf bleek dit thema dan ook te zwaar voor mij. Ik kwam in contact met Rob. Hoewel hij niet terminaal was, wilde ik hem per se portretteren. Rob heeft de dood al meerdere keren in de ogen gekeken en iedere keer kroop hij wonderlijk genoeg door het oog van de naald. Hoe ga je met zulke tegenslagen om? Op sommige momenten had Rob zo’n vreselijke pijn dat het hem rust gaf om over zijn crematie na te denken en om dingen op papier te zetten.

Over dit onderwerp schreef ik het volgende:

‘Het moet sowieso later op de dag plaatsvinden want die hiphoppers zijn nooit zo vroeg uit de veren’, grapt Rob van den Aker terwijl hij een hap van een wit broodje vruchtenhagel neemt. Rappers doen alles op z’n elfendertigst: ‘Als ze zeggen dat ze aan het eind van de middag op bezoek komen, hou ik er altijd rekening mee dat ze er rond een uur of zeven zijn.’

En o ja: de locatie moet makkelijk bereikbaar zijn met het openbaar vervoer want Rob's vrienden hebben niet allemaal een auto. De muziek? Voornamelijk nummers van rappers die hij persoonlijk kent. ‘Het zijn niet allemaal bekende artiesten maar ze zijn wel talentvol.’

Er mogen tussendoor geintjes gemaakt worden: ‘Grapjes horen bij mij. Ik heb zelf ook grapjes gemaakt in de afscheidsbrief die ik geschreven heb. Ik heb zelfs bedacht wie die brief voor mag lezen.’

Rob had er geen moeite mee om over dit onderwerp te praten. Hij maakte er zelfs een aantal hele droge grapjes over, waar hij zelf hartelijk om moest lachen. Rob was dapper. Rob had dan wel een afscheidsbrief klaarliggen, hij was nog lang niet van plan om dood te gaan. Zeker niet nu hij aan de beterende hand was. Rob bleef knokken en durfde weer vooruit te kijken. Een deeltijdstudie journalistiek in de toekomst zou hij best appreciëren. Zijn moeder had moeite met in de toekomst kijken: ‘Dat durf je op een gegeven moment niet meer. Je bent bang dat je weer een klap te verduren krijgt.’ Ik heb Marlieke, de moeder van Rob, twee keer mogen ontmoeten. Voor haar maak ik een diepe buiging; wat een krachtige vrouw, ongelooflijk. Rob en zij waren een powerteam. Ze beurden elkaar op wanneer dat nodig was. Ze trokken elkaar er doorheen. Bij de pakken neer gaan zitten was voor geen van beiden een optie: ze moesten door. Ze wilden door. Rob sprak meerdere malen zijn dankbaarheid jegens zijn familie uit. Hij wist dat hij bofte met zijn familieleden die altijd voor hem klaarstonden. Gniffelend vertelde hij me dat zijn ouders iedere avond een zelfbereide maaltijd naar het ziekenhuis brachten omdat het ziekenhuisvoer zijn neus uit kwam.

De middagwandelingen die hij met zijn moeder maakte rondom het ziekenhuis waren geluksmomentjes. Hij vertelde dat wanneer het fysiek mogelijk was en als het weer het toeliet hij zich in zijn rolstoel hees om een frisse neus te halen. Jas aan, muts op en hup naar buiten. Hij genoot van het buiten zijn, hij genoot van het gezelschap van zijn moeder.

Uiteraard vertelde hij ook over zijn passie voor hiphop en schrijven. De bezoeken van artiesten, producers en alle vrienden uit dat wereldje lieten hem nog meer stralen dan hij sowieso al deed. Rob sprak opmerkelijk genoeg uit dat hij ‘geluk’ had. Zo positief was hij ingesteld. Hij had geluk met zijn familie en vrienden en daar putte hij de kracht uit om te vechten, om te knokken. Mijn bewondering voor deze jongen is enorm.

Afgelopen vrijdag zou ik Rob thuis in Gestel opzoeken. Ik zou hem het artikel laten lezen en we zouden er samen wat aan gaan sleutelen. De avond ervoor had ik doorgebracht in het ziekenhuis omdat ik mijn vinger door een huis-tuin en keukenongeluk gebroken had. Om praktische redenen zegde ik de afspraak af. De ontmoeting over het weekend heen tillen leek me beter. Rob reageerde heel begripvol. Onze afspraak was in zijn ogen door mijn kleine, onbenullige ongeval onbelangrijk, een voorspoedig herstel voor mij; dat was belangrijk. We verzetten de afspraak en hij wenste me beterschap. Als ik had kunnen voorzien welk nieuws mij enkele dagen later zou bereiken was ik desnoods kruipend naar Gestel gegaan. Ik voel me schuldig. Ik heb spijt.

Ik was gisteren -net als de nacht ervoor- aan het schrijven aan Rob’s artikel. Ik was er niet tevreden over en ik was bang dat ik niet kon tippen aan Rob's eigen schrijfkunsten. Om deze reden gingen er weken en twee ontmoetingen overheen voordat ik iets fatsoenlijks op papier kreeg. Ik was de puntjes op de i aan het zetten en stond op het punt om het artikel naar Rob te verzenden toen ik een blik op Facebook wierp. Het eerste bericht dat ik op mijn tijdlijn las sloeg in als een bom en benam me de adem.

‘Lieve vrienden van Rob,

Vreselijk nieuws: Rob is overleden.’

Even hoopte ik dat het een stom grapje van Rob was. De post werd per slot van rekening via zijn account gemaakt. Maar toen ik verder las drong het tot me door dat het geen grap was.

Sprakeloos.

Verbijsterd.

Intens verdrietig.

Wat een ontzettend gemis, niet te bevatten.

Ik dacht direct aan de keer dat Rob het over mopperende mensen had. Hij zei: ‘Hoe beter de mens het heeft, over des te meer onbenullige dingen hij gaat mopperen.’ Hij had gelijk. Ik doe dat zelf ook.

En natuurlijk, Rob kon ook wel eens mopperen, dat gaf hij toe. Soms was hij verdrietig en gefrustreerd maar het gevoel van dankbaarheid kwam altijd weer naar de oppervlakte en was dan zó sterk dat het al het andere overheerste. Rob was dankbaar dat hij niet alleen was. ‘Ik kan het niet alleen, maar gelukkig heb ik veel mensen die achter me staan. Die ben ik eeuwig dankbaar.’

Rob heeft mij geleerd om niet zo te mopperen, om iets positiever in het leven te staan. Daar ben ik hem dankbaar voor. Het is een voorrecht dat ik hem heb mogen leren kennen.

Ik wil de familie en vrienden van Rob kracht toewensen. Vooral voor zijn familie hoop ik dat zij ooit de lichtheid zullen vinden om weer te kunnen genieten van de eerste zonnestralen in het voorjaar. Rob zal bij jullie zijn.

Rob, tegen jou wil ik zeggen:

Shine on, you Golden Boy, shine on...

Rob en ik hadden afgesproken om samen een foto te maken voor onder de blog. Helaas mocht dit er niet van komen, daarom heb ik onderstaande foto van zijn Facebookaccount uitgekozen.

]]>
Wed, 02 Dec 2015 17:42:12 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=50
Magie http://www.encycleopedie.nl/blog?d=49 Ik las net een recensie. Een freelance journalist van Het Parool, Hans van Lissum, was op dezelfde avond als ik in het Ziggo Dome om Simply Red te beluisteren. Ik ben jaloers op die jongen, wat een moordbaan heeft 'ie! Ik zal zo’n baan nooit krijgen. Ik ben zo iemand die alle optredens die ik zie even mooi vind. Tijdens concerten concentreer ik me namelijk op alles wat ik fantastisch vind. Het minder goede -als dat er al is- vervaagt, omdat in mijn beleving de magie overheerst. Bijna alle artiesten krijgen het voor elkaar om me mee te nemen. Al bij het eerste nummer ga ik aan boord van het vliegende tapijt. Pas enkele dagen na het concert daal ik langzaam af uit de wolken en sta ik weer met beide benen op de grond.

Ik krijg op school les in recensies schrijven maar het is niet mijn favoriete vak omdat je verplicht moet bashen en afkraken. Het is een vereiste om datgene wat je gezien en gehoord hebt te larderen met een pittige portie kritiek, of het nou terecht is of niet. Heb jij ooit een recensie gelezen waarin alles als ‘goed’ omschreven werd? Een recensie is geen recensie als er niet een flink aantal punten van kritiek in staan. Als er niet zoveel schort aan (in dit geval) een optreden, dan gaan de gespecialiseerde recensenten op zoek. Tja, dat is nou eenmaal hun vak. Je kunt moeilijk op de redactie aankomen met de mededeling: het was grandioos. Magistraal. Punt. Punt? Niks punt, je krijgt op je flikker als je géén punt maakt van irrelevante kleinigheden.

Dus: zoekt en gij zult vinden. Natuurlijk zult gij vinden. Maar waarom? Waar is het goed voor? Het is maar de mening van één iemand. Die mening is niet per se representatief voor jouw en mijn mening. De recensent is dan wel gespecialiseerd maar waarin? In azijn zeiken? In mierenneuken? Bij de recensenten is het gewoon nooit goed en dat vind ik jammer. Daarom stop ik vanaf nu met recensies lezen.

Ik heb mijn eigen mening en ik vind het vervelend als die besmeurd wordt door de zogenaamde ‘deskundige meningen’. Want ik geef toe: recensies (vooral die van prachtkranten als Het Parool en De Volkskrant) brengen mijn eigen visie regelmatig aan het wankelen. De specialisten hebben er namelijk verstand van en zij zullen ‘het’ wel weten. Door de recensies verdwijnt voor mij het magische gevoel dat ik aan een concert heb overgehouden. Na een goed optreden ben ik weer even het kleine, naïeve meisje dat in Sinterklaas gelooft. Maar dan komt de boze recensent die met koeienletters in de krant schrijft dat Sinterklaas niet bestaat.

Op het stemgeluid van Mick viel niets aan te merken, dat geeft de recensent van Het Parool gelukkig ruimhartig toe: ‘Wat wel meteen opvalt, is hoe perfect Hucknall bij stem is: zonder enige moeite of hoorbaar craquelé op de inmiddels toch 55-jarige stembanden zingt hij zich opgetogen door de set heen’

Maar dan vervolgt hij zijn verhaal: ‘die pas bij nummer acht eindelijk wat meer peper in de reet krijgt in de vorm van Thrill Me. Daarmee wordt ook meteen de onvermijdelijke rijgketting van hits ontketend: It's Only Love, A New Flame, Stars: alles komt voorbij .Toch schort er iets. Technisch is alles perfect en de gulle hand waarmee ze met klassiekers strooien, is op zijn zachtst gezegd sympathiek, maar er ligt een sluier van tamheid over alles heen waardoor weinig echt weet te beklijven. Wat dat betreft is Worst Offender de overdaad aan generieke, glijerige sopraansaxsolo's: een instrument dat alles hier onmiddellijk onderdompelt in een bad van muzikale vanillevla.
Dat neemt niet weg dat het vertederend is om te zien hoe ontroerd de zaal reageert op afsluiter If You Don't Know Me By Now: vrouwen slaan gezamenlijk hun handen om hun meegekomen man heen en deinen zachtjes mee. Het was een lieve avond. Een iets té lieve avond, dat wel.’

Muzikale vanillevla? Als je dan een vergelijking wil maken met iets mierzoets, vergelijk Mick Hucknall en zijn band dan op zijn minst met een chocoladetruffel die door de beste chocolatier van Nederland gemaakt is.

Als je het mij vraagt had Simply Red geen betere show neer kunnen zetten als die van afgelopen zaterdag in het Ziggo Dome. Ook de tracklist was subliem. Ik had van het begin tot het eind kippenvel. De recensent geeft het optreden een lullige drie sterren terwijl Mick Hucknall meer sterren van de hemel zong dan er überhaupt aan het firmament staan te stralen.

Ik heb besloten om vanaf nu mijn eigen recensies te schrijven. Ze zullen allemaal een positieve invalshoek hebben en ik schrijf alleen maar over de goede vibes, over de magie. Dat beloof ik jullie. Heb je interesse in zo’n recensie? Nodig me dan uit!

]]>
Wed, 25 Nov 2015 18:32:01 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=49
De oude zielen van onze steden http://www.encycleopedie.nl/blog?d=48 Toen ik klein was, was ik bang dat mama zou verdwijnen zodra ze me in bed had ingestopt. Bij ieder geluidje, bij elke deurklink die ik hoorde bewegen en elke stap die beneden werd gezet, zat ik recht overeind in bed. Ik kon pas slapen op het moment dat ik wist dat mama ook in bed lag. Als ik onverwacht moest overnachten bij de oppas, kon ik niet slapen. Er waren toen nog geen mobiele telefoons dus ik kon alleen maar gissen naar de reden waarom mama er niet was. De grootste rampscenario's hebben zich afgespeeld in mijn hoofd en er zijn heel wat tranen gevloeid. Ik lag klaarwakker met gespitste oren in bed te hopen dat ik mama's stem zou horen. Ik geloof dat ik me er altijd bewust van ben geweest dat niets vanzelfsprekend is. Dat alles zomaar opeens voorbij kan zijn. Mensen zijn fragiel.

Toen ik iets ouder was, stelde ik mijn moeder iedere avond voor het slapen gaan dwangmatig een aantal vragen; mama, komen er vanavond geen inbrekers? Vergaat de wereld niet? Gaan opa en oma niet dood? Breekt er geen oorlog uit? En: gaan Tobias en jij niet dood? Pas als mama beloofd had dat dit allemaal niet zou gebeuren kon ik enigszins gerustgesteld gaan slapen. Op een dag reeg mama een aantal kralenarmbandjes voor me, die ervoor zouden zorgen dat al het onheil afgewend zou worden en er niets ergs kon gebeuren; niet met mij, niet met mijn familie en ook niet met de wereld.

Ik vond de wereld hard en daarom was ik vaak verdrietig. Op mijn basisschool zat een jongetje dat vlakbij mijn huis verdronk in de rivier. Ik was er ondersteboven van. In zijn kist gaf ik hem mijn lievelingsknuffel mee. Zijn dood achtervolgde mij jarenlang, vooral 's nachts. Toen ik later op een andere basisschool zat, kon ik vaak niet slapen omdat ik wist dat er een meisje op die school mishandeld werd door haar stiefvader. Ik kon het allemaal maar moeilijk loslaten. Ik leed en ik leed mee.

Ik was al vanaf jonge leeftijd geobsedeerd door oorlogen, misdadigers, moordenaars, vliegtuigcrashes, ziekenhuisprogramma's en documentaires over Amerikaanse straatbendes. Uren achter elkaar zat ik ademloos te kijken naar America's Hardest Prisons op National Geographic. Mijn tere ziel kon het kwaad in deze wereld nauwelijks aan, maar mijn eigen nieuwsgierigheid zorgde telkens weer voor grote emotionele schokken. Ik wilde hoe dan ook alles weten en ik was steeds op zoek naar de waarheid achter de waarheid. Als er een ambulance of politieauto in de straat stond, ging ik er steekneuzerig naast staan, als een ondermaatse ramptoerist. Als ik in de trein of bus iemand zag zitten met een extreem groot litteken in het gezicht of een geamputeerd been, dan aarzelde ik geen moment en spoedde ik me naar het onfortuinlijke individu om verhaal te halen. Ik heb zelfs een keer aan een gehavende meneer gevraagd of ik even aan het litteken mocht voelen. Als ik mee mocht eten bij vriendjes of vriendinnetjes, vond ik het heel gewoon om aan de gastheer en gastvrouw -met een overvolle mond- te vragen of ze nog wel gelukkig waren met elkaar en of ze nog sex hadden. Ook wilde ik van iedereen graag weten wat het allerergste was dat zij ooit hadden meegemaakt.

Ik was 10 jaar toen ik besloot de wereld iets meer te gaan vertrouwen. De armbandjes gingen af. Ongeveer twee weken daarna was het 11 september 2001. Had deze afgrijselijke ramp met de weggelegde armbandjes te maken? Was het misschien niet gebeurd als ik ze om had gehouden? Ik zat met ogen als knikkers voor de buis en volgde al het nieuws uit New York. Dat deed ik ook toen ik hoorde dat Pim Fortuyn was vermoord. En toen Theo van Gogh bruut om het leven werd gebracht, was ik op de hoogte van alle ins en outs. Niet alleen binnenlands nieuws ging mij aan het hart. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik me ging verdiepen in de hele wereld en complexere zaken. Wat dacht je van de terechtstelling van Saddam Hoessein? Heel angstaanjagend was dat, die strop. Ik heb dat filmpje zo vaak bekeken dat het nog op mijn netvlies staat gebrand.

Eigenlijk was het niet goed voor me om me bezig te houden met deze verontrustende zaken, maar ik kon het niet laten. Na de middelbare school ging ik journalistiek studeren en moest ik me noodgedwongen dag en nacht verdiepen in de wereldwijde ellende. Dat heeft me niet bepaald goed gedaan, kan ik je verzekeren. Ik ben angstiger dan ooit en heb last van een ernstige vorm van Weltschmerz.

Als ik aan Parijs denk, dan denk ik aan de film 'Midnight in Paris' van Woody Allen. Op de filmposter zie je acteur Owen Wilson op een sprookjesachtig mooie boulevard lopen, onder een door Van Gogh geschilderde sterrenhemel. In de film reist Wilson 's nachts terug in de tijd naar de jaren twintig van de vorige eeuw. Hij ontmoet beroemdheden als Ernest Hemingway, Gertrude Stein, Josephine Baker en Cole Porter en wordt betoverd door alle artistieke rijkdommen en de heerlijke frivoliteit van de oude stad. Als hij na meerdere middernachtelijke avonturen weer terugkeert naar het heden in 2010, dan weet hij, geïnspireerd door alle gesprekken en ontmoetingen, de juiste keuzes te maken voor zijn eigen toekomst, óók op liefdesgebied.

Dát is Parijs voor Parijzenaars en bezoekers; de stad van liefde en inspiratie. Op vrijdag 13 november wankelde de geest van de oude stad en 'Midnight in Paris' veranderde van een sprookje in een nachtmerrie. Ik hoef daar niet over uit te wijden.

Parijs is vele, vele eeuwen oud; je kunt haar ziel aan het wankelen brengen, maar breken... nee, dat kan je niet, dat kan geen mens. Je kunt om je heen schieten met kalasjnikovs en jezelf opblazen met een bomgordel en dood en verderf zaaien, maar de ziel van de oude stad vermorzelen, dat is onmogelijk. Ik denk dat het ook onmogelijk is om de zielen van Londen, Brussel, Amsterdam, Madrid en alle andere Europese steden te verpletteren. Die zielen zijn gehard en sterk en oud en veel te veel gehecht aan vrijheid. Maar het leed dat is toegebracht, is niet te bevatten. Al die kostbare mensenlevens...

Ik verstijf als ik denk aan de kinderen die opveren in hun bed als ze het geluid van een deurklink menen te horen; komt mama thuis? Komt papa thuis? Niet alle mama's en papa's komen thuis in Parijs, na die noodlottige nacht. En ook niet alle zoons en dochters en vrienden en vriendinnen. We zouden allemaal het gebeurde terug willen draaien, maar de klok tikt door, we kunnen niet zoals in de film het verleden terughalen en het kwaad uitroeien. We moeten hopen dat het zal lukken om het kwaad in de toekomst weg te vagen. Met behulp van de oude zielen van onze steden. 

]]>
Sun, 15 Nov 2015 22:04:18 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=48
Een kolderieke verbuiging van de werkelijkheid http://www.encycleopedie.nl/blog?d=47 Vanavond realiseerde ik me opeens wat ik mis in dit leven en denk nu niet dat dat een kleinigheidje is. Integendeel! Ik weet verdomd goed wat ik wél heb in dit leven, vooral als het gaat om zaken waar ik me voor moet inspannen, zoals mijn studie en mijn blog. Wat die blog betreft: ik weet precies hoe ik open deuren in moet trappen, vooroordelen uit moet kotsen, sneren uit moet delen en grof en simplistisch moet schrijven. Dat doe ik allemaal tussen neus en lippen door met behulp van mijn -altijd bereidwillige- narcistische inborst. Jazeker, ik draai mijn hand er niet voor om. Beste lezer, ik ben een gefrustreerde wannabe columniste en ik ben er trots op! Ik vind het trouwens ook reuze fijn om mezelf te promoten en met ieder column-wedstrijdje mee te doen. Het liefst zou ik uiteraard óók met ieder topmodellen-wedstrijdje meedoen, maar ja, jullie begrijpen dat ik daar geen tijd voor heb. First things first. Die blog dus.

Oei, ik dwaal af. Ik wilde gaan vertellen wat ik mis in dit leven. Weten jullie wat ik mis, beste lezer? Ik mis een echte, heuse Jeroen van Rooijen in mijn leven! Ik zou een moord doen voor een Jeroen van Rooijen. Ik voel me sinds vanavond gehandicapt zonder een Jeroen van Rooijen. Ik heb serieus nog nooit in mijn leven zó erg verlangd naar een Jeroen van Rooijen. Jeroen van Rooijen is de ultieme ridder die zijn arme -door een vloek doofstomme- blonde jonkvrouw al na één dag uit de beschimmelde toren van de boze heks komt redden. Gewoon, omdat hij een teringhekel heeft aan onrecht. Ik hou van je, Jeroen van Rooijen! Ik heb óók een teringhekel aan onrecht. We zijn uit hetzelfde hout gesneden. Wat zeg ik? Je bent mijn droomman. You're just a gift to the women in the world, Jeroen van Rooijen.

Dank je dat je mijn naam in je zinnelijke mond genomen hebt, Jeroen van Rooijen. Wat moet ik nu nog zonder je, Jeroen van Rooijen, nu ik weet dat je bestaat? Jeroen van Rooijen en ik: zouden wij samen een heerlijke, kolderieke verbuiging van de werkelijkheid kunnen zijn?

Lees hier het heldenverhaal dat Jeroen van Rooijen vanavond op zijn Facebookpagina publiceerde. Duimpje omhoog voor Jeroen van Rooijen!

Een bekende kop..

Door Jeroen van Rooijen

Quinoakutten, befblog, schaamlipbroeken, bloopers tijdens de seks, simpele mensen bla bla bla..

Werkt allemaal prima bij de meute en is ook vermakelijk om papier mee te vullen maar het is kennelijk toch lastig om gewoon iets goeds te schrijven en grappig te zijn zonder iedere open deur in te trappen, vooroordelen uit te kotsen en sneren uit te delen. Heerlijk om je frustraties op papier te laten ontploffen maar voordat Cleo zichzelf iets te serieus gaat nemen wil ik toch even reageren.

Dag facebook vriendjes! Ik snap dat jullie geen idee hebben waar dit vandaan komt en veel van jullie zullen geen flauw benul hebben van wie Cleo is, ga dan even naar haar website en lees “wie kaatst..” op encyCLEOpedie.nl (graag gedaan Cleo). Voor degene die dit lezen en wel iedere blog van Cleo doorbuffelen:

Hallo allemaal! Ik ben die jongen met die “bekende kop” uit haar laatste blog. Ik heb fantastisch gegeten, dank voor jullie interesse..

“ Privacy

encyCLEOpedie.nl hecht groot belang aan de bescherming van uw privacy en de veiligheid van uw persoonsgegevens. Wij zullen uw persoonsgegevens uitsluitend verwerken in overeenstemming met de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens, alsmede overige toepasselijke wet- en regelgeving.”

Een website, een facebook én een privé-facebook, en op alle drie staan dezelfde stukjes.. toe maar.. Eens even kijken wat Cleo te melden heeft. Bovenstaand vond ik persoonlijk het meest geestige dat op de site te vinden is. Ze heeft namelijk schijt aan privacy, publiceert mails die in haar in privé toegezonden worden, verdraait feiten en dat allemaal om het applaus in ontvangst te nemen van dezelfde 60 mensen die haar ook op haar verjaardag op facebook feliciteren.

Cleo schrijft op een manier waar genoeg publiek voor te vinden is, makkelijke onderwerpen, tandje grof en verder simpel taalgebruik. De stukjes gaan meestal over haarzelf en gaan gepaard met foto’s van de dame in kwestie die kennelijk nogal blij is met haar eigen voorkomen of gewoon ook graag een bekende kop wil hebben.

Leven en laten leven zou je zeggen, klopt, maar geheel per toeval ben ik aanstichter van haar laatste blog en niet omdat mijn date van die avond hier op zit te wachten, integendeel zelfs, maar gewoon omdat ik een teringhekel aan onrecht heb wil ik even iets toelichten en rechtzetten.

Elle heeft ooit in Cleo haar ogen ten onrechte een blog gekregen bij het Brabants Dagblad en daar heeft Cleo een blogje over geschreven. Dit was een fantastisch raak stuk! Goed, je maakt iemand het leven volledig ten onrechte zuur, noemt ze met naam en achternaam, maar hey!!! Iedereen vond het geweldig, eindelijk succes! Duimpje! Goed gedaan Cleo van der Schaft!

Reputatieschade is in deze geen enkel probleem..

De hele reden van haar blog “wie kaatst”, de vervolg-column over ditzelfde meisje, komt voort uit iets dat Cleo die avond te weten gekomen is en wordt door haarzelf als volgt omschreven:

Elle beweert dat ik haar stalk en haar het leven zuur probeer te maken. Er zou zogenaamd aangifte zijn gedaan en na zogenaamd politieonderzoek hebben ze zogenaamd weten te achterhalen dat alle 'haatreacties' van één en hetzelfde ip-adres afkwamen. Mijn ip-adres?!

En dan de reden van de blog:

”Er worden kennelijk leugens over mij verspreid die mijn reputatie kunnen schaden, daarom heb ik besloten om deze blog te schrijven.”

Ja… die reputatieschade, dat is inderdaad belachelijk..

Daarbij komt, deze hele dikke aanname gebaseerd op iets dat Cleo op de achtergrond dacht te horen galmen terwijl ze Elle aan zat te horen klopt in het geheel niet. Elle beweert namelijk niks, ik heb wat dingen door elkaar gehaald, stond dit met Daan en Paul te bespreken en heb toen meteen al gezegd dat ik het waarschijnlijk verkeerd begrepen heb. En dat was dus ook zo, ik kende Elle een dag en heb twee verhalen en twee personen door elkaar gehaald. Verder ben ik niet te beroerd geweest om mijn eigen conclusies te trekken en deze niet zozeer als feiten te presenteren maar meer probeerde te verifiëren bij haar tafelgenoten. Zou er iemand iets beweren, dan ben ik dat geweest, sorry.. Dat hele aangifte verhaal kun je dus uit de discussie laten.

Daar zou je dan als de grote columniste zijnde op dat moment als volwassen persoon op kunnen reageren en meteen dan en daar de kou uit de lucht kunnen halen, maar ja, dan heb je geen column. Dan liever de kift opsparen, achter de menukaart gedoken de avond door zien te komen en het via je facebookvrienden spelen. Ik vind het prima als een gefrustreerde wannabe columniste iemand een keer een veeg uit de pan wil geven omdat er kennelijk niet genoeg in de wereld gebeurt om over te schrijven, maar zorg dan dat het ergens op gebaseerd is anders dan dat wat je zelf wilt horen. Zeker als het een collega betreft die wel betaald wordt om te schrijven.

Waarschijnlijk komt er nu iets terug in de trant van dat er vast niet geneukt is en dat dat ten grondslag ligt aan mijn reactie, of juist dat ze in bed beter is dan op papier en dat ik het daarom schriftelijk op moet nemen voor mevrouw de schrijfster. Misschien is het leuk om de spelfouten uit dit stukje gaan halen en daar iets over zeggen, of verzint ze een andere kolderieke verbuiging van de werkelijkheid, zolang het de likes maar oplevert.

Cleo krijgt haar bekende kop wel. Als je niet schroomt om wat populistisch gebrabbel op je site te zetten en het vervolgens op nog twee facebooks mede te delen, jezelf te promoten en mensen aan te sporen op je te stemmen met ieder column-wedstrijdje waar je aan mee doet, dan ben je narcistisch genoeg aangelegd om het te maken met middelmatige middelen en krijgt zelfs een leugen applaus omdat niemand geïnteresseerd is in de waarheid.

Lees het, lach erom, like zoveel je wilt, maar weet wel wat waar is lieve facebook vriendjes.

Dit was het einde van het verhaal van Jeroen van Rooijen, beste lezers. Vergeten jullie niet te liken?

]]>
Thu, 05 Nov 2015 22:22:08 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=47
Wie kaatst... http://www.encycleopedie.nl/blog?d=46 Ik zit met Daantje en Paul aan de bar van restaurant/wijnbar 'Wijn bij Stijn' in de Kruisstraat in Den Bosch. Rambo -de chihuahua van Daantje- zit bij mij op schoot. Het is de laatste dag van de herfstvakantie. Ondanks een lamlendige aanval van vermoeidheid -veroorzaakt door een uit de hand gelopen logeerpartijtje afgelopen nacht- besluit ik het er deze zondag nog even goed van te nemen. We drinken wijn, ouwehoeren en lachen wat tot Rambo ineens opspringt en oorverdovend hard begint te keffen. Ik draai me om. Ik zie twee mensen binnenkomen, een stelletje is het denk ik. Of misschien twee mensen die elkaar net pas ontmoet hebben? Mijn vrienden groeten de man hartelijk, ze herkennen hem. De man heeft een bekende kop maar ik kan hem niet plaatsen. De vrouw ken ik niet. Ik probeer Rambo te laten stoppen met blaffen en lach vriendelijk naar de binnenkomende vrouw tot ik ineens besef dat ik deze dame wel degelijk ken. Dit is Elle! In hoogsteigen persoon. Jazeker, ik sta ineens oog in oog met Elle! Sommige van jullie denken nu: who the fuck is Elle?

Even in het kort, voor zo ver dat kan: Elle is de vrouw over wie ik (op 19 juli 2015) een pittige blog heb geschreven. Althans, iedereen zegt dat die blog over háár ging, maar in mijn optiek ging hij heel ergens anders over. Namelijk over het Brabants Dagblad en de misstap die zij gemaakt hebben. Elle schreef afgelopen zomer een serie blogs voor het Brabants Dagblad. De blogs gingen over het uitgaansleven in Den Bosch. Ze werden op zondagavond online gezet en op maandag kwamen ze in de papieren krant. Ik had zelf graag blogs voor de krant willen schrijven en begreep om verschillende redenen niet waarom ze Elle nou juist gekozen/gevraagd hadden om dit te doen. Hadden ze niet veel beter mij kunnen benaderen? Of anders in ieder geval iemand met een journalistieke achtergrond, er zitten per slot van rekening ontzettend veel afgestudeerde journalisten werkloos thuis op de bank.

Ik voelde me gefrustreerd en ook lichtelijk gepasseerd dus ik besloot op mijn blog mijn mening over de gang van zaken te geven. Op zich niet erg slim natuurlijk, ik ben -of nou ja: was- per slot van rekening zelf een freelance medewerker van die krant. Ik realiseerde mij heel goed dat zo’n blog behoorlijke consequenties zou kunnen hebben, maar het moest er gewoon uit. Ik kon het niet inhouden. Ik zou voor altijd misselijk blijven als ik die woordenkots er niet uit zou gooien. Dus ik deed het, ik braakte opgelucht mijn ongerief eruit. Met alle gevolgen van dien. In de blog gaf ik mijn ongezouten mening over de schrijfkunsten van Elle en oké, ik geef toe: erg aardig was dat niet en het was ook niet echt chique. Maar het was wel grappig en niet intens gemeen of zo. Een dag later werd ik ontslagen. Hoewel ik het een behoorlijk radicale straf vond, accepteerde ik het.

Ik hield haar blogjes de daaropvolgende periode geïnteresseerd bij, ik las ze iedere zondagavond met veel plezier. Iedere fout die zij maakte of iedere plank die zij missloeg was -in mijn beleving- een punt voor mij erbij. Waar die punten bleven was onduidelijk en ook niet zo relevant, want ik was immers al ontslagen.

Onder de artikelen van Elle -op de website van het BD- verschenen allerlei reacties. Het waren voornamelijk negatieve reacties. Ik zeg je eerlijk: dat vond ik grappig want ik deel de mening van de mensen die zeggen dat Elle’s schrijfcapriolen niet zo bijster goed zijn. Maar op het moment dat ik reacties las waarin stond dat ik 'de jaloerse, gefrustreerde blogster' was die al die negatieve reacties 'anoniem' onder haar stukjes had gezet, vond ik het niet meer zo grappig. Ik had dat namelijk niet gedaan. Ik heb dat nooit gedaan. Ik moet wel toegeven dat het begon te kriebelen toen ik vals beschuldigd werd maar ik vond het niet fair om opnieuw te gaan ageren. Als ik ervoor gekozen had om dat wel te doen, dan had ik dat overigens gewoon onder mijn eigen naam gedaan. Als ik Elle anoniem af had willen kraken had ik natuurlijk geen blog over haar en het Brabants Dagblad geschreven.

Maar goed, ondanks de valse beschuldigingen besloot ik er niets mee te doen. Het voelde ook een beetje als mijn verdiende loon. Wie kaatst kan de bal verwachten en ik bevond me niet echt in de positie om ontzettend verontwaardigd te gaan lopen doen. Ik begrijp wel dat Elle en haar vrienden liever wilden geloven dat ik die reacties állemaal geplaatst had, dan te aanvaarden dat er méér mensen waren die niet zo onder de indruk waren van haar blogs. Ik begreep ook dat zij -als reactie op mijn blog- een blog over mij schreef. 'Mijn eerste hater', zo heette die blog. Ik snap Elle wel, echt, daarom besloot ik ook netjes te reageren op een mail die ze me begin oktober stuurde.

Ik citeer:

'Hoi Cleo, Zou je alsjeblieft je afschuwelijke blog over mij van je pagina willen verwijderen? Jouw online klopjacht op mij mag nu wel voorbij zijn toch? Mijn column voor het BD is inmiddels afgerond. Je nagelt mij aan de schandpaal, zonder dat ik iets gedaan heb. Behalve ingaan op het idee van het BD om te gaan schrijven over het uitgaansleven. Je kent mij niet. En ik ken jou niet. Je mag best weten dat jouw haatzaaierij pijn doet. Maar waarschijnlijk is dit ook je bedoeling. Het is iig niet eerlijk dat je jouw frustraties ten opzichte van het BD ook op mij botviert. Ik zou het erg fijn vinden als je het blog verwijdert. Elle'

Mijn reactie:

Hallo Elle!

Wat leuk om van je te horen! Ook leuk dat je laatst kwam lunchen bij Christoffel terwijl ik aan het werk was. Heb je me goed kunnen bekijken? Je had gerust even naar me toe mogen komen.

Laat ik beginnen met zeggen dat ik het oprecht vervelend vind dat ik je pijn heb gedaan, het was niet mijn bedoeling om dat te doen. Zo zit ik niet in elkaar.

Jammer dat je mijn blog afschuwelijk noemt. Wie ben jij om mij met zoveel dédain te beschuldigen van haatzaaierij? Als je in de spotlights wil staan, dan kun je natuurlijk méér verwachten dan alleen gejubel, dat hoort bij het vak.

Aan welke schandpaal heb ik jou genageld? Ik heb op mijn persoonlijke website geschreven hoe ik dacht over de uitglijder van het BD én wat ik vond van jouw amateurblogs. Dat mag toch? Ik dacht dat het juist de bedoeling van een column/blog was om reacties uit te lokken.

Je schrijft dat het BD het idee kreeg om jou te laten schrijven over het uitgaansleven voor jongeren. Ik ben zeer benieuwd wie het 'BD' (lees: een medewerker) op het idee gebracht heeft om een willekeurige, 30-jarige vrouw zonder relevante opleiding en ervaring een 'column' te geven.

Ik vind het lachwekkend, dat mag je best weten. Het BD (een krant waar mijn hart naar uitgaat) heeft zich flink voor paal gezet door jouw blogjes te publiceren. Ik heb niets tegen jou, ik vind alleen dat je slecht schrijft, of in ieder geval niet dagblad-waardig. Ik wil trouwens niet zeggen dat ik het veel beter kan hoor, ik ben negen van de tien keer zwaar ontevreden over mijn eigen producten.

Jij kent mij niet en tóch denk je precies te weten wat mijn drijfveren zijn: ik wil haatzaaien, jou aan de schandpaal nagelen, ik ben bezig met een online klopjacht, ik vier mijn frustraties bot op jou. Toe maar, wat een grote woorden voor de inhoud van één blog waarin ik mijn mening geef en daarbij ook nog ruimhartig de hand in eigen boezem steek.

Het is interessant dat je me eerst vraagt om mijn blog te verwijderen -omdat jij dat fijn zou vinden- en me vervolgens beschuldigt van al die nare dingen die ik al opgesomd heb. Dat is bepaald niet de manier om een beetje goodwill te kweken. Ik ben dan ook niet van plan om die blog te verwijderen. Ik ben ontslagen vanwege die blog, ik zou wel gek zijn om hem -nu het kwaad al geschied is- alsnog door de plee te spoelen. Ik zou alleen een blog/verhaal verwijderen als ik zelf niet meer achter de inhoud sta en dat is nu (nog) niet het geval.

Je moet het je allemaal niet zo persoonlijk aantrekken, je bent een knappe, jonge, blonde meid, maak je niet zo druk over een verhaal dat ik neergekrabbeld heb.

Ik wil je nogmaals mijn welgemeende excuses aanbieden voor het feit dat ik je gekwetst heb.

Met vriendelijke groet,

Cleo

Voor mij was de zaak hiermee afgedaan. Iedereen mag zeggen wat hij/zij wil. Iedereen mag mij haten of een walgelijk wijf vinden om wat ik heb geschreven, maar ik heb niets gedaan dat niet door de beugel kan. Ik heb overigens wel besloten om Elle in deze blog niet met naam en toenaam te benoemen. Zo kom je niet op deze pagina uit als je haar naam intypt op Google. Ik wil haar verdere carrière niet koste wat kost beïnvloeden of zo.

Waar was ik gebleven? O ja! Ik sta dus oog in oog met Elle. Iets waar ik totaal geen behoefte aan heb, zeker niet in deze setting. Vroeger vond ik het juist wel spannend om de confrontatie op te zoeken. Tegenwoordig ga ik hem -door persoonlijke issues- liever uit de weg. Maar ja. Wat kan ik doen? Ik kan toch moeilijk mijn wijn laten staan, die hond op de grond smijten en huilend wegrennen. Nee, dat is geen optie.

'Uh, jij bent Cleo, toch?', vraagt ze met een beduusde gezichtsuitdrukking. Dat klopt, zeg ik. Ik ben Cleo. De man die haar vergezelt begrijpt niet goed wat er aan de hand is tot Elle zegt: ‘Ik heb je toch verteld over dat meisje dat een blog over mij heeft geschreven?’ Ineens valt het kwartje bij de man. Hij kijkt me aan en zegt recht in mijn gezicht: 'O ja, is dit jouw stalker dan?' Stalker? Woow, ik? Huh? Je mag me voor alles complimenteren, maar de kwalificatie 'stalker', dat gaat me een beetje te ver.

Ik ga het gesprek met Elle aan terwijl haar verse date -want dat blijkt het te zijn- met Daantje babbelt. Heel even denk ik haar volledig te begrijpen, voel ik me zelfs een bitch. Tot ze wel héél veel van haar eigen problemen in mijn schoenen probeert te schuiven. Zo is het bijvoorbeeld mijn schuld dat zij geen enkel plezier meer aan het schrijven kan beleven. Dat vind ik vreemd. Ik ben meerdere malen -ook door een landelijke nieuwssite- door de gehaktmolen getrokken en ik kan daar niet wakker om liggen. Ik word daar alleen maar strijdlustiger van. Toen ik een column in het Stadsblad had kreeg ik haatmails binnen, daar lachte ik om. Ik schreef er zelfs ooit een geïnspireerd stukje over. Volgens Elle is het min of meer mijn schuld dat haar serie 'Elle gaat uit' na acht afleveringen gestopt is. Eigenlijk zou ze namelijk nog minstens vier of vijf afleveringen schrijven; dat kon ze door mijn haatreacties écht niet meer opbrengen. Ze was een rijzende sterrencake die door mijn toedoen helemaal instortte, als het ware. Ik leg haar uit dat ik niets met die kritische reacties te maken had maar dat gaat er absoluut niet in bij haar. Ze blijft maar herhalen hoe erg ik haar gekwetst heb terwijl ze mij helemaal niets gedaan heeft. Helemaal niets! Het gesprek begint me een beetje te vervelen, want ik heb haar in mijn mail al twee keer op haar hart gedrukt dat ik haar niet wilde kwetsen en ik heb het nu ook al twee keer gezegd. Misschien dat ik daarom tijdens een onderdrukte gaap met mijn linkeroor iets opvang van het gesprek dat Daantje met Elle’s date heeft. Ik vang de termen: politie, aangifte, onderzoek, stalking en ip-adres op. Toe maar. Wat blijkt?

Elle beweert dat ik haar stalk en haar het leven zuur probeer te maken. Er zou zogenaamd aangifte zijn gedaan en na zogenaamd politieonderzoek hebben ze zogenaamd weten te achterhalen dat alle 'haatreacties' van één en hetzelfde ip-adres afkwamen. Mijn ip-adres?! Jullie zullen vast begrijpen dat ik hier van sta te kijken. Er klopt natuurlijk geen donder van die beweringen, anders had de 'politie' al wel voor mijn deur gestaan, met pepperspray en honden, neem ik aan. Ik heb alleen maar een blog geschreven. Ik snap dat Elle boos is en mij stom vindt maar dit soort dingen verzinnen en rondbazuinen om je gram te halen gaat wel wat ver, vind ik. Oók als je het doet om aandacht te trekken.

Er worden kennelijk leugens over mij verspreid die mijn reputatie kunnen schaden, daarom heb ik besloten om deze blog te schrijven. Ik geloof natuurlijk niet dat er aangifte tegen mij is gedaan of dat er überhaupt een onderzoek is geweest, maar het is onaangenaam om dergelijke dingen te horen beweren. Ik weet als geen ander hoe snel roddels zich verspreiden in Den Bosch, zeker als ze over zulke interessante personen zoals ik gaan.

Dit is het laatste wat ik over dit onderwerp wil zeggen. Ik realiseer me heel goed dat ik geen heilig boontje ben en dat ik de aanstichtster ben geweest van deze rel. Ik heb er het nodige van geleerd en het is logisch dat je, als je kaatst, de bal kunt verwachten. Maar het is bespottelijk om een sloopkogel gevuld met leugens tegen je muil aan gebeukt te krijgen.

]]>
Mon, 02 Nov 2015 22:22:01 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=46
Ik moet nog even http://www.encycleopedie.nl/blog?d=45 Ik moet nog even een sportverslag schrijven dat al af had moeten zijn en een recensie en de deadlines voor een biografie en een wetenschappelijk onderbouwd stuk liggen ook op de loer en mijn eerste twee afleveringen van mijn eigen serie hadden gisteren om 00.00 ingeleverd moeten zijn maar die zijn niet af dus dat moet ik ook nog even regelen en ik moet nog even tweeëntachtig mails beantwoorden en ik moet ook nog even bellen naar de huisarts want de pijn in mijn pols wordt alleen maar erger en als ik dan bel moet ik ook even vragen of ze die moedervlek op mijn buik even willen checken want die heeft een gekke kleur en mijn spiraal doet bijna iedere dag ontzettend veel pijn dus dat moet de huisarts eigenlijk ook even onderzoeken en als ik dan toch aan het bellen ben dan moet ik ook gelijk even woonservice contacten want het is gek dat ze het jaarlijkse bedrag voor de inschrijving nog niet hebben afgeschreven en wat woonservice niet heeft afgeschreven heeft de verzekering van mijn mobiele telefoon dubbel afgeschreven dus het servicenummer van dat bedrijf moet ik ook even opzoeken o en shit ik moet ook nog even bellen naar de huisbaas want mijn kledingkast ruikt al twee weken naar stront en de lamp op de gang doet het niet meer en het water is negen van de tien keer koud en de verwarming is ook defect en ik begin het daardoor behoorlijk koud te krijgen en ik moet ook nog even bellen naar de vriendin wiens scriptie ik na zou lezen want dat moet toch weer even een paar dagen uitgesteld worden en -helemaal vergeten- ik zou ook nog een stukje tekst voor iemand schrijven en dat heb ik nu ook al honderd keer uitgesteld en hetzelfde geldt voor drie interviews die vijf maanden geleden al uitgewerkt hadden moeten zijn en dat moet ik nu echt even gaan doen en waar zijn die aantekeningen eigenlijk gebleven juist die moet ik even zoeken en die papieren voor de rijschool moet ik ook nog even opsnorren net als de formulieren voor de decaan die ik vorige week al in had moeten leveren en dat boek dat moet ik ook nog even zoeken want die had ik vorige week al beloofd terug te brengen naar een vriendin en die vriendin was gisteren trouwens jarig dus die moet ik nog een berichtje sturen en mijn rijinstructeur moet ik nog even een sms sturen want ik ben de rijles van gisteren vergeten en ik heb hem ook nog niet verteld dat ik mijn theorie nog niet gehaald heb en dat is waar ook ik moet me nog even opnieuw inschrijven voor een theorie-examen en ik moet ook nog even schone werkkleding bij mijn moeder halen want morgenochtend moet ik werken en als ik dan toch bij mijn moeder ben moet ik mijn tablet daar niet vergeten want die heb ik nodig op school en mijn bed is nog niet opgemaakt dus dat moet ik ook nog even doen en opa moet ik ook even bellen want die heb ik al te lang niet gesproken en ik moet ook nog even afwasmiddel kopen en de huur overmaken.

En ik moet ook nog even genieten. Genieten van het feit dat ik 24 jaar oud ben en nog een heerlijk leven voor me heb. Dat ga ik nu eerst even doen als jullie het niet erg vinden.

]]>
Fri, 30 Oct 2015 17:44:07 +0100 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=45
Bloem op je flamoes http://www.encycleopedie.nl/blog?d=44 ‘Zouden de twee wonderkinderen uit 1991 dan toch een bovennatuurlijke connectie met elkaar hebben?’ Met die vraag sloot ik mijn eerste blog over Jett Rebel af. Even voor de duidelijkheid: met die wonderkinderen bedoelde ik natuurlijk Jelte Tuinstra (de echte naam van Jett) en mezelf.

Jelte Tuinstra is een zanger, componist en multi-instrumentalist én ik ben verliefd op hem. Niet dat dat kan: ik ken hem helemaal niet. Maar toch is het zo. Want ik fantaseer over hem. In mijn fantasie heb ik samen met hem al de hele wereld rondgereisd en lak ik iedere avond zijn nagels. In mijn dromen heeft hij me al honderd keer ten huwelijk gevraagd. Maar goed, als ik meer details op ga schrijven, dan wordt dat misschien ongemakkelijk voor beide partijen.

Over and over, I dream of sleep overs with you

We weten dat de wens de vader van de gedachte is -en dat bovennatuurlijke connecties misschien wel helemaal niet bestaan- maar toch denk ik nu iets dichter bij het antwoord op mijn vraag te zijn.

Ik ben met mijn halfzusje naar de laatste show van Jett's theatertour geweest, die vond afgelopen zondagavond plaats in de schouwburg van Groningen. Ik ben er nog steeds stil van, zo mooi vond ik het. Het was fantastisch. Nou ben ik niet de aangewezen persoon om een onafhankelijk oordeel over Jett's werk te geven, dat weet ik zelf ook wel. Ik vind namelijk álles wat Jelte doet mooi. Dat vinden mensen die verliefd zijn nou eenmaal.

Ik zou me nog kostelijk vermaken als ik twee uur lang naar een slapende Jelte Tuinstra zou moeten kijken. Ik durf te wedden dat zelfs zijn gesnurk muzikaal is. Terwijl Jett ver weg in dromenland is -waar hij muziek maakt met zijn overleden muzikale helden- snurkt hij de riedeltjes van de Bee Gees en laat hij elegante, ritmische scheetjes. Jelte ademt muziek. He’s a freak of nature. Ik werd nóg verliefder toen ik er achter kwam dat Jelte fan is van Joni Mitchell.

Ik ben ook fan van Joni. Al toen ik in mijn moeders buik zat. Toen ik klein was, had ik een privé bad: een zwarte cementkuip. Terwijl ik lekker zat te badderen en met mijn badeend speelde, draaide mijn moeder muziek van Joni Mitchell.

Oh I could drink a case of you darling and I would still be on my feet

Even terug naar Jett. Alles wat dit wonderkind doet, is wonderschoon omdat hij zo onaards muzikaal en getalenteerd is. Dat is een feit. Alle azijnpissers en muziekrecensenten die commentaar op mijn excentrieke idool hebben, zijn gewoon gefrustreerd omdat ze stiekem zelf lippenstift willen dragen.

Het decor van Jett's theatershow was een soort huiskamer, er lagen kleedjes op de grond en op een tafel -die achteraf een muziekinstrument bleek te zijn- stond een bos bloemen en een etagère met snoepjes. Tijdens de show pakte Jelte een bloem uit de vaas en vroeg aan het publiek of iemand die bloem wilde hebben. Er gingen natuurlijk onmiddellijk tal van handen de lucht in. Maar niet mijn hand. Ik voel me daar te goed voor. Zoals ik al eerder heb gezegd: ik ben geen groupie. Ik geniet gewoon van Jett en ik weet zijn talent op waarde te schatten.

De deugniet smeet trouwens ook nog de hele inhoud van de etagère het publiek in, maar eerst was die ene bloem aan de beurt. Een oranje chrysant was het. Chrysanten staan symbool voor geluk. Jett gooide die chrysant en daar werden een heleboel toeschouwers best hysterisch van. Ik niet. Ik staarde gebiologeerd naar Jett en genoot van zijn lach, die bloem kon me gestolen worden. Totdat deze plotsklaps opgetild leek te worden door een briesje en met een sierlijk boogje recht op mijn flamoes landde. Echt! Ik lieg niet!

Die chrysant gaf mijn avond een magisch tintje, al wil ik dat niet van harte toegeven. Want het was maar een bloem, een bloem die voor niemand in het bijzonder bedoeld was. Het was een lolletje: interactie met het publiek. Maar toch. Ik liet mijn fantasie die avond de vrije loop en heel even voelde die vliegende bloem als een bevestiging van wat ik eigenlijk al lang wist: dat twee kinderen uit 1991 een speciale connectie met elkaar hebben.

Ik geniet van je liedjes én je covers, Jelte.

If I can't have you, I don't want nobody baby

]]>
Tue, 20 Oct 2015 22:52:17 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=44
Wat als... http://www.encycleopedie.nl/blog?d=43 Het is als willen geloven dat je man niet vreemd gaat terwijl de krassen van zijn minnares op zijn rug staan. Het is als rennen vanuit de fietsenstalling terwijl je weet dat je trein over tien seconden vertrekt. Het is als het kopen van een staatslot. Het is als vragen aan Louis van Gaal hoe groot zijn piemel is en daar een serieus antwoord op verwachten. Het is als zeker weten te zien dat Justin Timberlake jou een knipoog geeft terwijl je naast duizenden mensen staat.

Ik heb jullie dit al wel eens eerder verteld en ik ga het jullie nogmaals vertellen. Luister en huiver.

Lieve mensen, het is als hopen op een wonder waarvan je eigenlijk -heel diep van binnen- weet dat het niet gaat gebeuren.

Maar toch…

Je houdt hoop en je blijft hopen. En die hoop die groeit. En dat gevoel dat broeit. En je blijft hopen. Wat als? En je blijft maar hopen.

Al weet je dat door het hopen het verdriet alleen maar erger zal zijn. Het zwarte gat groter.

Maar wat nou als je man echt is aangevallen door de hond van de buren? Wat als je die trein wél haalt? Wat als jij dat gouden lot in handen hebt? Wat nou als Louis van Gaal zegt dat hij een hele grote heeft? En wat als die knipoog echt alleen voor jou bedoeld was?

En wat nou als Nederland toch kampioen wordt? Wij hebben het Nederlandse team oneindig veel vertrouwen gegeven. We hebben ons ieder kampioenschap mee laten sleuren in de Oranjegekte en altijd liep het uit op bittere teleurstellingen. Trauma's. Maar toch, wat nou áls?

Vanavond voetbalt Nederland -zonder Cillessen of Krul in het doel- tegen Tsjechië. Het door Danny Blind opgestelde Nederlandse team moet winnen én Turkije moet verliezen van IJsland, willen we nog deel mogen nemen aan het EK. Ik ben gek op het Nederlands elftal maar na de nederlagen van de afgelopen tijd was die gekte wel even voorbij. Tot vannacht, ik voelde het ineens weer. Ik hoopte weer.

In een soort visioen zag ik de twinkeling en verbazing in Humberto Tans ogen terwijl hij zei dat het Nederlandse team het toch heeft geflikt. In eenzelfde soort visioen sloeg ik de Metro open. Op de voorpagina stond met koeienletters dat Nederland zich op wonderlijke wijze heeft weten te kwalificeren en op één van de laatste pagina’s stond mijn ingezonden column ‘Cameltoe’ gepubliceerd. Heel typisch.

Ik heb een voorgevoel, er gaat een wonder gebeuren. Ik hoop en geloof. Dat geeft onze mannen kracht, echt. We moeten de hoop niet opgeven, we moeten kaarsjes branden en ons elftal kracht en een beetje geluk toewensen. Hoe moeilijk dat ook is.

Ik vraag aan Nederland nog één keer te hopen, nog één keer te geloven. Want er komt een dag waarop we die trein halen. Op een dag wordt Nederland weer kampioen.

]]>
Tue, 13 Oct 2015 10:38:44 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=43
Befblog http://www.encycleopedie.nl/blog?d=42 Ik was gisteren te gast bij een jongen. Hij kookte voor mij. We aten vegetarisch omdat hij enkele dagen geleden besloten heeft geen vlees meer te eten. Ik dacht dat hij die keuze had gemaakt omdat hij het zielig vond voor de dieren, die na een kort kloteleven afgeslacht worden. Dit was niet het geval. Het had iets met de CO2 uitstoot te maken, met milieuvriendelijkheid. Hij heeft daar een stel documentaires over gezien en sindsdien is hij overstag.

Deze enthousiaste vegetariër is naar eigen zeggen erg begaan met de wereld dus hij wil niet dat onze aardbol verder kapot gemaakt wordt. Om deze reden is hij ook van de één op de andere dag gestopt met vis eten, want er zwemmen bijna geen visjes meer in de oceaan. Zodra we genoeg vis hebben gespaard, gaat hij pas weer visjes eten. Stoppen met roken is zijn volgende doelstelling. En stoppen met drinken? Dat gelooft ‘ie wel, tja, drinken hoort er toch gewoon bij? Dat blijkt ook wel, wat kan deze gast zuipen zeg. Hij vindt het trouwens -effe tussen neus en lippen door- eeuwig zonde dat Pim Fortuin vermoord is, daar heeft hij zijn redenen voor. Met Geert Wilders en de PVV heeft hij daarentegen niets, de PVV lijkt veel te erg op de SP en Wilders is een stomme lul.

Hij is een wereldverbeteraar die gebiologeerd is door Mick Jagger en The Rolling Stones: er gaat geen dag voorbij zonder muziek van The Stones. Het blijft niet bij luisteren. He’s got the moves like Jagger (en een beetje die van John Travolta). Als je een date of etentje met deze dude hebt, zorg dan dat je je dansschoenen aan hebt want je komt zijn huis niet uit zonder dat je een dansje met hem hebt gewaagd op een song van The Stones: (I can’t get no) satisfaction. Op de vreemdste momenten staat hij op om te gaan dansen. Ongegeneerd begint hij met zijn heupen te zwaaien. De manier waarop hij iedere keer zijn hand door zijn haar haalt alsof hij John Travolta is, is veelzeggend. Wat hij ook goed kan is vol overgave meezingen met Acda & De Munnik. Hij kent alle teksten uit zijn hoofd, hij vindt het prachtig. Vooral toen hij een jaar lang leed onder extreem liefdesverdriet, vond hij troost in hun muziek.

Als hij op stap gaat, doet zijn soulmate zijn haar voor hem, met gel en haarlak en zo. Dan heeft hij ineens zo’n donkerbruine jaren zestig kuif. Over die soulmate van hem gesproken: dat is een verhaal apart, deze vriend noemt zichzelf de befkoning. Bijna tien jaar geleden heb ik een keer asociaal verlekkerd met hem staan bekken in de Gompie (een jongerenkroeg). Hij weet zelf niets meer van onze escapade maar ik weet nog heel goed dat hij na afloop van onze hevige zoenpartij zei: ‘Zo, jij ook weer blij.’ Alle jongens die toentertijd (pubertijd) zo’n valse opmerking zouden maken, konden een vuistslag van mij verwachten maar hij kwam er mee weg. Ik kon er zelfs om lachen. Ik vind deze jongen akelig veel weg hebben van Ruben Nicolai. Hij vindt dat zelf niet.

Zet deze twee vrienden naast elkaar en het is feest. Het zijn net twee jongetjes van vijftien (ze zijn allebei rond de dertig). Ze breken de tent af, dansen op tafels, tillen elkaar op en slaan tegen de lampen tot ze van het plafond af tuimelen. En ze bespreken trouwens de smerigste dingen tot in de ranzigste details met elkaar. Ik mocht er een keer getuige van zijn dat ‘Ruben’ op een openbaar terras weer eens een betoog aan het houden was over zijn kwaliteiten als befkoning. We waren in een groot, luidruchtig gezelschap en Ruben ging er zoals gewoonlijk lekker vulgair op los: ‘Cleo! Wij gaan samen een BEFBLOG schrijven! Wij gaan een keer met z'n tweeën wijn drinken en dan geef ik de beste beftips! Die mag jij dan opschrijven zodat voortaan alle mannen vrouwen spuitend klaar kunnen laten komen!’ Iedereen piste in zijn broek van het lachen, op één man na, die ook bij ons op het terras zat.

Hij zat er waarschijnlijk voor zijn rust en was niet gediend van het seksistische geklets van Ruben, dat maakte hij op een zeer onvriendelijke manier duidelijk. Er ontstond een discussie en bij beide heren kwam de stoom uit de oren. Gelukkig was er een nuchtere, oplettende medewerker van het café die de boel wist te sussen want een stom grapje liep bijna uit op een vechtpartij.

Na ons etentje gisteren gingen we een borrel drinken op datzelfde openbare terras en zonder dat ik het door had, hadden we het wederom met een groot gezelschap over beffen. Eigenlijk ging het meer over ‘stinkkutten’. De leden van het mannelijke geslacht hadden uiteraard het grootse aandeel in dit gespreksonderwerp. Man 1: ‘Ik had een keer een vrouw mee naar huis genomen, nou daar had ik naderhand spijt van joh! Het was net of ik in een dierentuin was beland qua geuren en geluiden. Bah!’ Man 2: ‘Ik heb ook een keer een ongeschoren zwijntje in mijn bed gehad! Stinken dat ze deed!’ Man 1 tegen man 3: ‘Heb jij ook wel eens met tegenzin een vrouw geneukt?’ Man 3: ‘JA! Heb ik wel vaker gehad. Dat je eerst denkt van: lekker wijf en dat ze dan haar broek uittrekt en dat je dan denkt o nee, ik kom om van de stank! Hahaha!’ Man 4: ‘En dan zeggen vrouwen dat mannen erg zijn! Stinkkutten zijn het!’

Man 1: ‘Soms moet je bij het beffen gewoon effe door de zure appel heen bijten maar als je te maken hebt met een serieuze stinkkut dan kom je daar pas achter als je doggy style doet!’ Huh? Ik snap het niet. Als je met je neus in haar poes hangt ruik je dat toch? Of stinken kutscheten of zo? Ik ben in de war. ‘Dat heeft te maken met een bepaalde luchtcirculatie. Die smerige putlucht ruik je dan nog niet eens zozeer tijdens het beffen maar wel als je achter haar hangt en die luchtstroming richting je smoelwerk komt.’ Huh? Man 2: ‘Eens!’ Man 3: ‘Eens!’ Man 4: ‘Eens!’ Huh?

Snap jij het nog? Ik geef toe: ik was sprakeloos. Dit gesprek ging mijn verstand te boven. Normaal gesproken zit ik niet snel om commentaar verlegen, maar gisteren dacht ik bijna: dit riekt naar hogere wiskunde. Of toch meer naar bullshit?

]]>
Wed, 07 Oct 2015 00:00:18 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=42
Quinoakutten http://www.encycleopedie.nl/blog?d=41 Het is donderdagochtend half tien en in mijn tijdlijn op Facebook heb ik al drie foto’s voorbij zien komen van karaffen water met daarin slierten komkommer. Ik ram mijn voorhoofd een paar keer tegen mijn tafel, tot ik me beter voel.

Grapje!

Het is dinsdagmiddag half twee en ik loop met een chagrijnige bakkes de trein binnen. Ik ram mijn hoofd voor de zoveelste keer -krak, kut- tegen die onhandige boog bovenin de dubbeldekker. De NS moet echt iets aan die bogen doen, voordat treinreizigers er blijvende schade aan de hersenen aan over houden. Ik weet zeker dat er een berekeningsfout gemaakt is tijdens het bouwen van die intercity’s: je kan godsonmogelijk in een soepele, vloeiende beweging in een stoel gaan zitten zonder je kokosnoot tegen die metalen rand aan te beuken.

Terwijl ik mijn hand over mijn hoofd wrijf om te checken of er een bult ontstaat denk ik na over mijn dag op school, die niet al te soepel verliep. In feite is er geen één schooldag in mijn leven ooit gesmeerd verlopen. Ik vraag me af waar dat aan ligt: aan mij of aan school. Ik ben geneigd te denken dat het aan mij ligt. Erik Hannema zou zeggen dat het aan de school ligt. Hij schreef ooit een column over mijn opleiding: Het Tilburgse schooltje voor journalistiekje.

Menig docent van de Fontys Hogeschool Journalistiek (FHJ) zal het mij niet in dank afnemen dat ik die oude koeiencolumn uit de sloot haal, maar ik moet Hannema in één ding gelijk geven: de koffie bij ons op school is echt niet te zuipen. Mensen die last van obstipatie hebben, nodig ik uit om een bakkie op de FHJ te komen doen. Halverwege jouw gore bakkie pleur is het probleem opgelost, verdwenen als sneeuw voor de zon.

Het is overigens niet gek dat ik aan die column denk, we kregen vandaag les in ‘columns schrijven’. ‘Een column krijg je niet zomaar, een column moet je verdienen’, zo legde mijn docent uit. ‘Bij een column moet je je lezer raken. Je lezer moet gevoel krijgen bij jouw verhaal. Het ergste wat je kan overkomen als columnist is dat jouw lezer aan het einde alleen maar denkt: oké’. Ik weet trouwens iemand die ook baat zou hebben bij deze les. Ik ga haar naam niet noemen, dat zou flauw zijn, ik hou wijselijk mijn mond. Kwaak, kwaak.

‘De kans dat jullie op eindstage een column mogen schrijven is eigenlijk nihil maar toch willen we dat jullie oefenen met dit genre’, vervolgde de docent. Nou meneer, riep ik: ik heb toevallig al een eigen column gehad! ‘Hoe kan dat, Cleo? Jij en een column?’ Die vraag werd me gesteld door een overbodige klasgenoot met een irritante grijns op zijn gezicht. Gewoon, zei ik: ik ben even onder een bureau gaan zitten. Dat werkt nou eenmaal het beste bij redacteuren van regionale bladen en gratis weekkrantjes, zou jij ook eens moeten proberen!

De docent vertelde over een column die een leerlinge ooit schreef: ‘Quinoakutten, zo heette haar column.’ Yes, yes, yes, dacht ik: eindelijk kan ik ergens over meepraten. Oplettend als ik ben riep ik slagvaardig door de les heen: Ik wéét wat u gaat zeggen meneer! Zij heeft plagiaat gepleegd! Plagiaat! Maar wel fijn voor die vrouw uit Assen dat zij niet de enige was die zo stom was om te denken dat dat onopgemerkt zou blijven. Na mijn puntige interruptie zag ik jammer genoeg alleen maar vraagtekens in de ogen van mijn docent en medestudenten. Huh? Hallo jongens, hebben jullie dat verhaal niet meegekregen? Daar was echt vet veel om te doen hoor, het afgelopen jaar! Wakker worden! Stilte. Niemand wist waar ik het over had.

Silvana Hagge schreef een wekelijkse column in het weekkrantje van Assen, totdat ze voor de grap besloot om een keertje klakkeloos de column van Tim den Besten (VPRO) over te schrijven en hem onder haar naam te publiceren. Daarna was het gedaan met haar wekelijkse column. Alsof ze verdikkeme een bakkie pleur op de FHJ gedronken had. Een terminatie die opkwam als poepen, dat was het. Het was voorgoed voorbij met haar (schrijf)carrière. Door één inschattingsfoutje door de plee gespoeld. Er was veel om te doen in de kranten en op Twitter, ik begrijp niet dat niemand wist waar ik het over had. Die column van Tim heette Quinoakutten en in de eerste zin stond dat het donderdagochtend half tien was en dat er slierten komkommer in karaffen met water dreven.

Ik heb een wijze les geleerd uit die column, namelijk dat slierten komkommer niet prikkelend zijn en (quinoa)kutten óók niet per definitie. Een column moet net zo effectief als de koffie bij ons op school zijn. Een goede column is red hot and spicy. Peper in je reet. Wakker worden!

]]>
Tue, 29 Sep 2015 18:39:43 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=41
Ons lieve Jopje http://www.encycleopedie.nl/blog?d=40 Ik zit onderuitgezakt op de bank en ik staar naar de muur. Mijn make-up zit vlekkerig uitgesmeerd over mijn hele gezicht. De kop koffie voor mijn neus is koud geworden. Ik bel mijn moeder: Mam, het lukt niet. Ik kan wel janken. Niets lukt. ‘Wat lukt niet Clepo?’ Niets lukt, mam. Dat zeg ik toch: helemaal NIETS. Ik heb een writer’s block. Ik heb al drie deadlines gemist. Ik moet nog honderd stukken schrijven voor school maar er komt niets uit. Ik kan het niet. Morgen sta ik op school voor schut omdat ik niets heb en dat maakt me niet eens zoveel uit, ik kan altijd nog een herkansing aanvragen. Maar het afscheid van Jop kan ik niet overdoen.

‘Je moet nu even streng zijn voor jezelf, kind. Zet een kop koffie, eet een koekje en laat de woorden er gewoon uitvloeien. Je kunt het. Als je dat stuk voor Jop niet schrijft, dan lukken de dingen voor school ook niet. Want dan neem je het jezelf kwalijk dat je Jop hebt laten zitten.’ Ik zal jullie vertellen: mijn moeder is meedogenloos als het op mijn studie aankomt. Dit is de éérste keer dat ze zegt dat ik voorrang moet geven aan een verhaal dat niets met mijn studie te maken heeft. Mijn moeder weet dondersgoed dat ik heel erg gesteld ben op Jop en dat hij veel voor mij betekent.

Jop is goddank niet dood of zo, hij heeft gisteren zijn laatste werkdag gehad bij Tapperij Het Veulen in de Korenbrugstraat. Vanavond is zijn afscheidsborrel. Ik ken Jop omdat we buurman & buurvrouw van elkaar zijn in de straat. Ik werk bij Christoffel, naast Het Veulen. Jop heeft 5,5 jaar bij Het Veulen gewerkt en zowel zijn collega’s als zijn gasten zijn dol op hem én op zijn aanstekelijke lach. Jop en zijn lach zijn bijna niet meer weg te denken uit de straat. Je wil ze niet wegdenken uit de straat. Jop werkte fulltime en als hij niet aan het werk was, zat hij -niet helemaal toevallig- biertjes te drinken op het terras.

De keren dat hij niet in de straat te vinden was, zat hij thuis achter zijn supersonische computer. Niet om te gamen, maar om websites te bouwen. Tot diep in de nacht. Jop heeft onder andere de website van Het Veulen gemaakt en ook de hypermoderne en strak vormgegeven site van Auberge de Veste. Noemenswaardig in het rijtje is natuurlijk mijn eigen prachtige website, die Jop belangeloos in elkaar gezet heeft. Het logo van mijn website is ook ontsproten uit het creatieve brein van Jop: die duizendpoot is van alle markten thuis. Als je het mij vraagt, dan doet Jop iets teveel dingen belangeloos. Jop is te lief. Jop cijfert zichzelf te vaak weg om anderen een plezier te kunnen doen. Jop is zo iemand die -als hij ook maar een beetje potentie ziet in iets of iemand- zich met volle overgave in een hulpverleningsavontuur stort zonder daar iets voor terug te verwachten.

Toen duidelijk werd dat Jop de overstap van Het Veulen naar het nieuwe restaurant BUURT aan de Koningsweg in Den Bosch zou gaan maken, liet hij op een bescheiden manier doorschemeren dat hij het wel leuk zou vinden als ik een stukje over hem zou schrijven. Om heel eerlijk te zijn: ik krijg best veel van zulke verzoeken. Van sommige mensen vraag ik me af waar ze het gore lef vandaan halen om mij om een gunst te vragen. Die mensen hebben mij namelijk nóóit ergens mee geholpen als ik hen om hulp vroeg. Sterker nog: ze zijn nog te labbekakkerig om mijn blog te liken op Facebook. Tegen die uitvreters is het een koud kunstje om te zeggen: fuck you, steek het maar in je hol, ik heb wel wat beters te doen.

Bij Jop kan ik dat niet zeggen, natuurlijk kan ik dat niet zeggen. Jop is er altijd voor mij; om me op weg te helpen met school, om me op te beuren, om koffie met me te drinken, om tegenaan te zeiken of om hem om advies te vragen. Hád Jop me maar een keer laten zitten, hád Jop maar een keer gezegd: zoek het maar uit met je kutgezeik, zeikwijf. Dan had ik me nu niet verplicht gevoeld om alles op alles te zetten om een passend eerbetoon voor hem te schrijven. Ik ben hem dit verschuldigd, hij heeft zó bespottelijk veel voor mij gedaan. Ik heb potjandorie deze hele blog aan hem te danken. Thank god voor zijn harde werk en zijn peptalks.

Weet je waarom ik Jop zo’n uitzonderlijk fantastische kerel vind? Omdat ik honderd procent zeker weet dat als ik vanavond met de mededeling: ‘Sorry Jopke, ik weet dat je maanden geleden al aan me vroeg of ik iets wilde schrijven maar het is niet gelukt want je weet toch hoe druk ik ben met school en bovendien had ik geen inspiratie’ aankom, Jop zal zeggen: Dat geeft niks Cleo, school is veel belangrijker! Hier, pak een borrel en maak je geen zorgen. Ik weet zeker dat hij dat zou zeggen en dat hij niet eens boos of ontdaan zou zijn. Jop gaat er niet vanuit dat ik iets voor hem schrijf, daar is hij te bescheiden voor. Ik denk zelfs te weten dat hij zich bezwaard voelde, toen hij het maanden geleden aan me vroeg.

Jop is een aangenaam persoon. Er zouden meer mensen zoals Jop moeten zijn. Jop heeft een uitzonderlijk vriendelijk karakter en hij is zeer inschikkelijk. Aanminnig zelfs. De meeste mensen die ik ken, mensen zoals ikzelf bijvoorbeeld, zijn egoïstisch en hebben weinig voor een ander over. Zo zit Jop niet in elkaar. Jop is een goeie vent. Hij heeft respect voor iedereen, laat mensen in hun waarde. Jop kan zichzelf op de achtergrond plaatsen wanneer dat nodig is. Hij voelt mensen en situaties feilloos aan en Jop heeft iets over voor zijn medemens, al gaat dit soms ten koste van hemzelf en zijn vrije tijd. Hij heeft allemaal eigenschappen die ik niet in huis heb. Soms ben ik jaloers op Jop, ik zou willen dat ik iets meer was zoals hij.

‘Zo moeilijk is het toch niet Clepo? Zet een muziekje aan en denk aan Jop en de redenen waarom je zo dol op hem bent. Net zoals je dat bij Peter hebt gedaan. Denk aan het moment waarop je het hardst met hem moest lachen. Het hoeft geen lange blog te worden, maar er moet wel iets op papier komen’, spreekt mijn moeder mij streng toe voordat ze ophangt.

Ik zet verse koffie en draai een muziekje. De eerste herinneringen komen als felgekleurde, heerlijk geurende herfstblaadjes naar beneden gedwarreld. Terwijl mijn hoofd overspoeld wordt met grappige anekdotes, realiseer ik me dat ik er eigenlijk al ben. In een sneltreinvaart heb ik alles wat ik over Jop wilde zeggen al opgeschreven, zonder dat ik het door had.

Ik hoef Jop alleen nog maar succes te wensen met zijn nieuwe baan als bedrijfsleider van BUURT. De twee eigenaren van BUURT mogen trots zijn dat ze Jop's hart hebben weten te veroveren en dat ze hem binnen hebben weten te harken. Ik kan jullie verzekeren dat als Jop ergens voor gaat, hij zijn hele ziel en zaligheid er in zal leggen.

Ik ga Jop natuurlijk missen in de straat maar ik begrijp dat hij toe is aan een nieuwe uitdaging. Iedereen die hem kent begrijpt dat.

Jop, je bent een lot uit de loterij. Het is niet eens jammer dat je er geen miljoen mee kunt winnen. Jij bent méér waard. De waarde van geld verbleekt bij jouw warmte en je vriendschap. Het kan geen toeval zijn dat de Job uit de bijbel te boek staat als rechtvaardig, geduldig en trouw.

Heel veel succes met je nieuwe baan, Jopje, het ga je goed! Santé! Vaya con Dios!

]]>
Mon, 28 Sep 2015 19:58:36 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=40
​​Top 3 bloopers tijdens de seks http://www.encycleopedie.nl/blog?d=39 1. De kopstoot

Je zit er net lekker in. Letterlijk en figuurlijk. Je doet je ogen dicht, waant je in een paradijselijk oord en gaat helemaal los. Maar dan… Bots! Je ziet sterretjes en hoewel je zegt dat het geen pijn doet voelt het net alsof je een knal met een rubber tenthamer voor je harses hebt gehad. De sexgerelateerde kopstoot: iedereen heeft er wel eens één uitgedeeld of ontvangen.

Naast mijn bedpartner heb ik ook een nachtlampje, een deurklink en een doucheknop ooit een kopstoot gegeven. Aan het nachtlampje heb ik een stuk glas in mijn voorhoofd overgehouden. Door de deurklink kreeg ik een tand door mijn lip en de doucheknop bezorgde mij een hersenschudding.

2. De kutscheet

Het is algemeen bekend dat mannen hun scheten minder goed in bedwang kunnen houden dan vrouwen. Zeker in hun slaap. Die scheetjes zijn niet zo erg, die verdoezel je of je lacht ze weg.

Maar die eindeloze kutscheten... Die vallen niet te verdoezelen. Die hebben net als politici de neiging om eindeloos door te reutelen. Je zou er het hele volkslied mee kunnen volscheten en dan heb je daarna nog lucht over. En ze weg proberen te lachen, dat hoef je al helemaal niet te proberen want daardoor worden ze alleen maar tien keer erger en luidruchtiger. Hihi…. PLUFFFF…….. BRRRRRR…… PRR….. PRRR…….. Haha oeps… PRRRRRRRRRRRRRRRRRPRRRRRRRRRRRH… Hahaha nu moet het echt ophouden hoor…… Pbrrrr…. Prrrrr…. knetter…. knetter….

Zal je ook net zien dat als jouw kutscheten-reeks begint, je Spotify playlist net ophoudt. Na Sexual Healing eerst een kille stilte en dan een flutreclame over pingpongende katten of zo.

3. De luidruchtige man

‘Wie heeft het lekkerste k*tje van de hele wereld!? WIE? WIE? Zeg het! Zeg het!' De luidruchtige man is by far het meest besproken onderwerp van mij en mijn vriendinnen. Ik pis altijd in mijn broek van het lachen als mijn vriendinnen anekdotes vertellen over heren die in het heetst van de strijd allerlei hitsige verbale oprispingen laten ontsnappen. Een soort kutscheten, maar dan anders. Het is onvoorstelbaar wat mannen allemaal voor onzin uit kunnen kramen tijdens de seks. In vieze boekjes en films lijken vrouwen daar altijd erg van geporteerd te zijn en te denken: yesssss, tell it to me baby!

Haha.

Ik denk meestal: HOU ALSJEBLIEFT JE BEK.

]]>
Thu, 17 Sep 2015 19:50:11 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=39
Boys will be boys http://www.encycleopedie.nl/blog?d=38 'Zo meisje, van wie ben jij er eentje en wat doe jij voor je centjes?' Van wie ben ik er eentje? Ik vraag het mezelf hardop af. Ik ben er ééntje van deze bruisende stad, ik ben het stralendste juweeltje van Den Bosch, zeg ik zelfverzekerd. En centjes heb ik niet, ik ben een student.

Vanavond ben ik in het gezelschap van een vriend van achter in de veertig; ik noem hem voor het gemak maar even Leo. Hij mengt zich in het gesprek: 'Ha, je hebt al kennis gemaakt met Cleo, zie ik', zegt hij tegen de representatieve, tot in de puntjes verzorgde vijftiger. 'Kende je Cleo nog niet? Cleo is een journalist. Ze werkte bij het Brabants Dagblad en nu heeft ze een eigen blog.'

Nou, ik ben eigenlijk geen journalist, want ik ben nog niet afgestudeerd, biecht ik op. En het Brabants Dagblad? Moeten we het dáár over gaan hebben?

‘Ben jij dat meisje van het verhaal over die breedbekkikker? Wauw, dat vond ik top om te lezen. Nu zie ik het pas, ik miste de pudding op je hoofd. Om zoiets te schrijven heb je lef nodig. Klasse. Ik hou van vrouwen met ballen.’

Woow, deze dude omarmt hier doodgewoon mijn blog. Báf. Hoe kan dat? Ik voel me best gevleid, slecht is dat. Enkele ogenblikken geleden had ik hem, na zijn pedante openingszin, nog bestempeld als slaapverwekkende-op-status-gerichte-kwal, maar bij nader inzien mag ik hem wel.

Ik voel een hand tegen mijn achterste drukken, ik draai me om. Achter mij probeert een man met een bierbuik zich door de mensenmassa heen te wurmen. ‘Sorry hoor jongedame, ik moet er even langs’, zegt hij, terwijl hij me in het voorbijgaan nog een corrigerende tik op mijn bips geeft.

‘Kom we lopen door Clee’, schreeuwt Leo in mijn oor. Nog geen tien meter verder komen we een club vrienden van hem tegen. Ze omhelzen hem en hij krijgt direct twee pilsjes in zijn hand gedrukt.

‘Nou, dan moet dit Cleo zijn’, zegt de jongste van het stel. Hij heeft een duifgrijs maatpak aan en een fleurig overhemd. Zijn lijf is gebronsd en zijn haren zijn modieus gekapt. Ik stel me zo voor dat hij net terug is van een weekje Ibiza. ‘Leo heeft al verteld dat je mee zou komen, leuk dat je er bent. Maar hoe zit het nou? Hebben jullie een relatie?’

Nee, we hebben geen relatie, we zijn gewoon vrienden. Bovendien heeft Leo een leuke, knappe vrouw en kinderen. ‘Ja, meid, maar daar voel je toch niets van? Ben jij altijd zo preuts? Wil je nou zeggen dat jullie het nog nooit gedaan hebben? Hahaha. Maak dat de kat maar wijs. Of eigenlijk de poes, JOUW poes. Hahaha.'

‘Jullie kunnen op zijn minst een keer tongzoenen’, zegt een ander maatpak dat zich ermee komt bemoeien. ‘Je weet wel, lekker tongen! Of doen vrouwen van jouw generatie daar niet meer aan?’ Ik doe mijn mond open om een gevatte opmerking te maken, maar ik krijg er de tijd niet voor. ‘Ik zie het in je ogen meid, jullie vinden elkaar hartstikke leuk en stiekem verlang jij naar zijn lange, harde pik.’

Hoor ik dit nou goed? Lange. Harde. Pik? Pardon? Sodeju, nam die gesoigneerde feestneus nou echt die woorden in de mond? Dat is grof. Erg vulgair. Ik ben overduidelijk niet in gesprek met iemand die welopgevoed is. Ik weet dat ik geen captain of industry ben of burgemeester, maar moet een studente in een jurk nou per se zó bejegend worden? Waar zijn de manieren gebleven? Die bevinden zich vast in andere kringen.

Een derde man uit het gezelschap vertelt me eerlijk dat de vriendengroep ieder jaar alleen maar voor de ‘fun’ komt. Niet om te netwerken, niet om lekkere hapjes te proeven, niet om interessant te doen, maar gewoon om te zuipen.

Het is donderdagavond en ik bevind me op de bourgondische relatieavond van Bourgondisch ’s-Hertogenbosch 2015. De slogan: 'zien, proeven, ontmoeten & beleven' krijgt voor mij ineens een extra dimensie.

Ik vind Bourgondisch een interessant evenement. De ambiance laat niets te wensen over en ik kom er al jaren met heel veel plezier. Ik heb ook nog als bardame gewerkt op dit festijn. Het evenement duurt van donderdag tot en met zondag. De donderdagavond is besloten. Die relatieavond is anders dan andere avonden. Eigenlijk zou ik vanavond niet gaan, want ik heb een oorontsteking én een ontstoken pees in mijn pols. Ik draag een spalk en ik zit aan de antibiotica. Maar omdat er speciaal voor mij een kaartje apart gehouden was, vond ik het geen optie om niet te gaan.

Kom Leo, zeg ik. We gaan ergens tongzoenen, jouw vrienden zien we later op de avond wel terug. Ik ben uitgepraat. Bij de bar van de Allerlei halen we een scroppino en we maken een rondje. ´Ha Clea! Jij ook hier?’ Een vriendin loopt met een enorm dienblad door de opgewekte massa. Ik geef het haar te doen. Zoals ik al vertelde heb ik hier ook gewerkt en ik kan je vertellen dat het flink aanpoten is.

Ik krijg een déjà vu die me terugvoert naar jaren geleden. Ik liep routineus met een dienblad vol drank boven mijn hoofd (acht bellen Aprol Spritzer en vier glazen rode wijn) toen een beschonken zakenman besloot dat hij ter plekke iets wilde bestellen. Hij greep me vast bij mijn dienblad-arm; waarschuwen was te laat. Midden op de dansvloer -met zo’n driehonderd toeschouwers om me heen- kreeg ik een kletterende drankdouche over mijn hoofd. De mascara liep uit over mijn wangen en mijn hele outfit was kleddernat. Zie jezelf op zo’n moment maar eens te herpakken...

Werk ze, Debbie! Roep ik mijn vriendin na terwijl we verder lopen. Bij de volgende stand waar we een tussenstop maken en een drankje halen, raakt Leo aan de praat met een interessante vrouw. Ze hebben het over Pippi Langkous en over andere grappige fenomenen. De partner van de vrouw sluit zich een poosje later ook bij ons aan. Hij is wethouder Eric Logister van D66. Dit is een interessante vogel, dat zie ik meteen. Ik ben niet buitengewoon goed op de hoogte van de ins en outs van de Bossche politiek, maar ik besluit mijn beste beentje voor te zetten. Logister is een gepassioneerd politicus, hij houdt zich de laatste tijd druk bezig met de vluchtelingenkwestie. Ik heb een aangenaam gesprek met hem, hij is inspirerend geëngageerd.

Honderd begroetingen en praatjes verder komen we opnieuw uit bij de vriendenclub van Leo. Ik besluit me afzijdig te houden en mijn eigen plan te trekken, voordat er -door een onhandigheidje van mij- opeens een glas wijn naar zo’n maatpak vliegt.

Naast de hoek van de bar zie ik een oude scharrel naar me zwaaien. Ha, eindelijk iemand van mijn leeftijd. Ik geef hem drie zoenen en vraag hoe het met hem gaat. ‘Je ziet er weer erg appetijtelijk uit Cleo’, zegt hij. ‘Had je nou eigenlijk een vriendje of niet?’

Ach, mannen, breek me de bek niet open. De één is rijk, de ander niet. Er zijn welgemanierde bij en schoften, intellectuelen en bureaucraten, wereldverbeteraars en veelvraten. Samen kleuren ze mét hun onmisbare, vergevingsgezinde vrouwen de podia van bourgondische evenementen.

Boys will be boys, zullen we maar zeggen.

]]>
Sat, 12 Sep 2015 14:28:59 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=38
Pedo http://www.encycleopedie.nl/blog?d=37 Ik was op een groot huisfeest waar ik neerplofte op een bank om even bij te komen van het dansen. Het was tweede kerstdag. Ik had al een paar wijntjes op tijdens het kerstdiner. En ik had me helemaal volgevreten met gevulde kalkoen waardoor mijn kokerrok veel te strak om mijn buik zat. Op mijn mooie champagnekleurige blouse zat een vieze vetvlek, veroorzaakt door de smurrie die uit de kalkoen spoot nadat ik hem met mijn mes had aangevallen.

Tot overmaat van ramp zag ik in mijn make-up spiegel dat mijn lippen en tanden helemaal paars waren van de rode wijn. Ik was net met knalrode lippenstift bezig om mijn paarse mond te camoufleren, toen ik in mijn ooghoek een knappe, gespierde jongeman zag zitten.

Ik kende hem niet, maar ik wilde hem wel leren kennen. Op een charmante, geraffineerde manier kroop ik een beetje dichter naar hem toe, met kleine elegante plofjes. Ik wist niet zo gauw welke openingszin ik moest kiezen dus begon ik -een tikkeltje ondoordacht- over een meisje dat voor mijn neus los aan het gaan was op de dansvloer. Hahaha, kijk dat wijf daar, bralde ik. Ze danst als Miss Piggy met haar dikke reet. Kijk die jurk! Jezus, wat ordinair. Bah, wat een vieze blauwe oogschaduw...

Eigenlijk had ik de aandrang om ook nog iets te zeggen over haar schoenen maar toen bedacht ik me dat ik wel weer even genoeg gezegd had. Je kunt ook te ver gaan, natuurlijk.

‘Je hebt het over dat meisje daar, toch?’, vroeg de hunk. Ja, dat lelijke wijf, zei ik terwijl ik gulzig een slok wijn naar binnen klokte. Hij keek me scherp aan en zei: ‘dat is mijn zus.’

Oeps...

Iedereen heeft van die momenten waarop je wel door de grond kunt zakken. Iedereen kent momenten waarop je onzichtbaar wil worden maar geloof me, ik had er een heel jaarsalaris voor over gehad om op dat moment te kunnen verdwijnen. Of wakker te worden en te denken: ach, ik heb het maar gedroomd.

Nu moet je niet denken dat ik er iets van geleerd had. Luttele weken later zat ik met twee vriendinnen een hapje te eten om het nieuwe jaar in te luiden -en jawel hoor- ik ging wéér big time de fout in. We hadden het over onze middelbare schoolperiode en oude docenten. Alle leraren passeerden de revue. De één na de andere klootviool werd door ons gretig de gehaktmolen ingestampt.

Jullie kennen het wel, je kunt er avonden mee vullen: anekdotes over de middelbare school. Ik kan er hele weken mee vullen zelfs. Ik ben vaker uit de les gezet, heb meer strafregels geschreven en heb me vaker om acht uur moeten melden dan jullie allemaal bij elkaar. Uiteindelijk moest ik dan ook mijn biezen pakken, nog voordat ik een diploma in mijn zak had.

Maar dat even terzijde, al die gekke docenten kwamen aan de beurt. Terwijl ik een gamba op mijn vork prikte hoorde ik de vriendin tegenover me de naam van een docent noemen die nog even aan onze aandacht ontsnapt was.

Ik sloeg gelijk aan op die naam, in de veronderstelling dat mijn vriendin een vrolijk voorzetje gaf en die knakker ook nog even door de shredder wilde halen.

O ja, die! Meneer M.!! Die sukkel met zijn lelijke hoofd! Als er veel omgevingsgeluiden zijn en ik een wijntje op heb, dan praat ik vrij hard. Ik verhef mijn stem dan een beetje. Om eerlijk te zijn: ik schreeuw dan gewoon. Met mijn mond vol gamba deed ik er nog een schepje bovenop en brulde enthousiast: wat een ontzettende pedo was die gast toch! Ik háátte hem! Voldaan spoelde ik mijn gamba weg. Door mijn wijnglas heen zag ik de vriendin tegenover mij opeens een paar rare, krampachtige gebaren maken. En de vriendin die naast me zat siste als een slang in mijn oor: hij staat récht achter je, Clee. Meneer M. staat achter je, hou godverdomme je bek!

In een reflex gooide ik -heel spastisch- mijn hoofd 180 graden om. Ze houden me voor de gek, dacht ik. Dikke klets dat hij achter me staat. ‘Ha, Cleo’, zei meneer M. terwijl ik recht in zijn ogen keek. De gamba die ik net weggespoeld had, schoot weer terug omhoog mijn keel in. Ik begon enorm hard te hoesten, liep rood aan en stikte bijna. ‘Hoe is het met je Cleo? Ik heb begrepen dat je nu fulltime in de horeca werkt. Goede keuze hoor, past perfect bij je, dan kun je daar al je negatieve energie in kwijt.’ 

]]>
Mon, 07 Sep 2015 23:57:08 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=37
Jetje Rebel http://www.encycleopedie.nl/blog?d=36

Jop en ik zitten op het terras van Café Reinders. Dat is het café waar de laatste commercials van Bavaria zijn opgenomen, in Den Bosch. Jop en ik hebben mijn 24ste verjaardag nog niet gevierd dus nu drinken we samen een borrel en we eten hier de hap van de dag. Ik was afgelopen zondag jarig. We zijn expres bij Reinders gaan zitten omdat het niet handig is om op één van de terrassen neer te strijken van de schuin tegenoverliggende cafés in de Korenbrugstraat. We werken allebei in die straat en veel mensen kennen ons daar: het risico dat iemand iets opvangt van de roddels en geheimen die we uitwisselen is té groot.

'Op jouw verjaardag dan maar Clee', zegt Jop als hij het glas heft. Terwijl we aan het kletsen zijn, werp ik af en toe een blik in de Korenbrugstraat. Bij Bottles & Bites is Els aan het werk, vreemd. Ik dacht dat Els bij Café m'n Tante -iets verderop in de straat- werkte. Els ziet er goed uit, ze is lekker bruin en haar haren zien er stijlvol uit.

Ik sta op het punt om Jop te vertellen wat ik vannacht gedroomd heb, als ik in mijn ooghoek Els zie zwaaien en onze kant op zie lopen. Die komt me vast nog feliciteren voor mijn verjaardag, denk ik. 'Hey Cleo', zegt ze als ze bij onze tafel staat. 'Jij bent toch fan van Jett Rebel?' Ja, duh-hu, zeg ik. 'Cleo is echt een mega grote fan van Jett Rebel!', roept Jop terwijl hij mijn telefoon van tafel grist. 'Kijk maar, ze heeft hem zelfs als achtergrond op haar telefoon', zegt hij gnuivend.

Ik word blij van Jett Rebel, ik geef het toe. Bijna niemand begrijpt dat, behalve mijn halfzusje van 12 jaar. Daarom ga ik in oktober samen met haar naar een optreden van hem. Veel van mijn vrienden vinden Jett raar, verslaafd, neurotisch en autistisch en ze snappen niet waarom hij jurkjes draagt en nagellak. Mijn vrienden en collega's weten wel allemaal precies wie hij is en dat komt door mij, omdat ik niet over hem uitgepraat raak.

Tijdens het werk in het restaurant zing ik de hele dag door zijn liedjes -die zing ik zo hard en vals als ik kan, tot de keukenbrigade het zat is en me met grof geweld uit de keuken verwijdert- en na het werk, tijdens de borrel, hou ik goed- of kwaadschiks ellenlange betogen over waarom Jetje geniaal is en waarom hij het beste gevoel voor ritme heeft van álle Nederlandse artiesten ever.

Eén keer tijdens zo’n borrel na het werk, liepen de gemoederen zo hoog op dat ik boos ben weggelopen. Een collega wilde mij op de kast jagen en bleef maar roepen dat Jett Rebel een waardeloze junk is. Ik vind het niet fijn als ze zulke dingen zeggen: als je aan Jett komt, dan kom je aan mij. Ik voel me geroepen om het voor hem op te nemen. Denk niet dat ik mezelf zie als een groupie of extreme fan, ik zie mezelf meer als iemand die Jett op waarde weet te schatten en geniet van zijn unieke talent. Ja, zoiets. Ik begrijp zijn muziek en ik begrijp hem, althans, dat denk ik. Hmm… Hij heeft mijn hart gestolen. Hij heeft door al zijn eigenaardigheden en ticjes iets in mij losgemaakt. Misschien ook omdat ik dingen van mijn broer in hem meen te herkennen, ik weet het niet. Ik vind het zelf ook een tamelijk vaag verhaal. Eerlijk gezegd was ik er altijd van overtuigd dat er in 1991 maar één wonderkind geboren was…. Degene die naar de naam Cleo luistert... Maar toen kwam Jett…

De dag dat hij op zijn Instagram schreef dat hij geen vrouwenkleding mocht passen bij de ZARA in Amersfoort, voelde ik ook onmiddellijk een onbeheersbare drang om voor hem op de bres te springen. Ik schreef een blog waarin ik zijn speelse kledingstijl verdedigde en waarin ik zei dat het volkomen terecht was dat hij boos de winkel uit was gelopen. Ik ga trouwens óók NOOIT meer naar de ZARA. Ik schreef dat ik het een fantastische verrassing zou vinden als Jett Rebel ineens voor mijn neus zou staan als ik een damespashokje uit zou lopen om in de spiegel te gaan kijken. Ook typte ik dat hij altijd welkom is bij mij, om bij mij jurkjes en shirtjes te komen passen. Mijn kamer in de binnenstad van Den Bosch is één grote kledingkast. Hij is van harte welkom: kom, kóm Jett, kom je een middagje verkleden, leef je uit en drink bubbels met me. Ik ben de beroerdste niet, ik kan je adviseren over wat je het beste staat.

Dat schreef ik, maar die blog is nooit gepost door mij. Eigenlijk vond ik het onmogelijk om iets goeds te schrijven over hem. Ik heb het al maanden op de planning staan: een blog over Jett, maar elke keer heb ik te veel twijfels. Jett Rebel, ik vind hem te te bijzonder en te excentriek om hem zomaar te besmeuren met mijn woorden. Ik durf mijn vingers er niet aan te branden. Wie ben ik om het fenomeen Jett Rebel te becommentariëren?

Dit klinkt allemaal best raar want ik ken Jelte Tuinstra helemaal niet. En van de documentaires en televisiefragmenten die ik over hem gezien heb, ben ik ook niet veel wijzer geworden. Jelte Tuinstra is de jongen die, getransformeerd tot Jett Rebel, alle Nederlandse (en inmiddels ook buitenlandse) podia bespringt met gestifte lipjes. Voor degenen die het nog niet wisten: Jelte Steven Tuinstra is een zanger, componist en multi-instrumentalist. Hij was dit jaar Ambassadeur van de Vrijheid en vloog in een helikopter -al kokhalzend- naar verschillende bevrijdingsfestivals. In Groningen heb ik hem die vijfde mei voor het eerst live gezien. Dat optreden in het hoge noorden was fantastisch. Het dak ging eraf, al was er geen dak. Ik vind hem goed op het podium, hij danst zo lekker en ik moet lachen om zijn moves en dan die lach, die blik in zijn ogen. Hij is de shit, echt. Ik weet niets beters te schrijven dan dat hij een grote eindbaas is. Maar ja, dat is eigenlijk ook zo nietszeggend. Ik weet altijd wat ik moet zeggen en schrijven maar in het geval van Jelte ben ik lost.

'Maar jij bent dus echt fan van Jett Rebel?', vraagt Els nogmaals. 'Ja, het is dus zo', begint ze… 'Hij zat gisteravond bij ons op het terras. Volgens omstanders was hij stoned en dronken.' NEE! Roep ik. NEE! GOD-GOD-GOD wat een KUTZOOI! Dat meen je niet! Ik ben verdomme bijna iedere koleredag in die rukstraat en UITGEREKEND op die ene dag dat ik een avondje ga bankhangen is hij hier? NEE! 'Ja, Cleo ik hoorde het van een collega en ik dacht er nog aan om je een berichtje te sturen maar ik wist niet zeker of je nou echt fan van hem was.'

Waarom moet er trouwens benadrukt worden dat hij stoned en dronken was, laat die jongen. Ik baal als een stekker. Ik had hem zo graag een keer in relaxte omstandigheden willen ontmoeten, niet om hem uren lastig te vallen en niet eens om hem moeilijke vragen te stellen. Ik ben dan wel een journalist maar voor hem zou ik niet in een handomdraai een goede vraag kunnen verzinnen. Ik heb niet de illusie dat ik hem beter kan interviewen dan andere verslaggevers, ik kan sowieso niet objectief naar hem kijken. Als ik over een aantal jaren wat meer ervaring heb, dan kan ik een poging wagen om hem te interviewen. Dan wil ik samen met hem een nummer maken dat geschikt is om seks op te hebben. Haha.

Ik zou hem dus niet lastig willen vallen, ik wil hem alleen maar iets geven. O mijn god, nu begin ik tóch op een groupie te lijken. Ik heb maanden geleden speciaal voor hem een parelkettinkje gemaakt, eentje met echte zoetwaterpareltjes en een slotje van goud. Ik weet dat hij van sieraden en blinkende dingetjes houdt. Die ketting neem ik al maanden mee in mijn tas voor het geval ik hem toevallig ergens tegen het lijf loop. Ik vind het een fijn idee dat ik hem zomaar ergens tegen kan komen. Ik wil niet na een optreden in een mensenmassa achter dranghekken gaan staan en dan roepen dat ik een cadeautje heb. Je-hett! Joehoe! Ben je betoeterd. Ik ben geen groupie en ik heb geen klap van de molenwiek gehad.

Het klinkt misschien toch een beetje obsessief allemaal maar dat is het niet, het is oprecht en lief bedoeld. Ik wil die ketting geven als bedankje. Als bedankje omdat Jett mijn ochtenden iets minder depressief maakt. Het eerste wat ik 's ochtends doe, is de muziek van Jett Rebel aanzetten en koffie zetten. Ik zing dan keihard met hem mee en probeer door gek te dansen voor de spiegel wat leven in de brouwerij te brengen. Daarna ga ik douchen en als ik uit de badkamer kom zet ik het ritueel voort, alleen dan in mijn blote kont. Mijn huisgenoten denken dat er een steekje aan me loszit en ze zeggen achter mijn rug om dat ik rijp ben voor het gesticht maar daar heb ik he-le-maal schijt aan.

Als ik hem die ketting geef, dan kijk ik hem diep in de ogen en dan bedank ik hem. En dan zeg ik dat hij perfect is zoals hij is en dat hij zuinig op zichzelf moet zijn.

Els is inmiddels weer aan het werk gegaan. Wat ik dus wilde vertellen Jop, zeg ik. Ik heb vannacht over Jett Rebel gedroomd en ik heb nog nooit eerder over hem gedroomd. Het is ook niet zo dat ik dag en nacht aan hem denk of zo. Dit is zo bizar. Ik droomde namelijk dat jij me belde en dat je zei dat Jett Rebel op het terras bij Het Veulen zat. Jij zou hem aan de praat houden terwijl ik onderweg was. Ik kwam op mijn beachcruiser -die al lang van me gejat is- aangefietst en ik begon één van zijn eigen liedjes voor hem te zingen en dat vond hij heel grappig. Ik gaf hem die ketting en daarna was hij ineens weg. Best wel gek, of niet? En ik zweer het je dat ik niet lieg.

Zouden de twee wonderkinderen uit 1991 dan toch een bovennatuurlijke connectie met elkaar hebben?

]]>
Fri, 28 Aug 2015 01:02:28 +0200 http://www.encycleopedie.nl/blog?d=36